Meer info
 

Verordening testmethoden REACH
Verordening 440/2008/EG van 30 mei 2008 van de Commissie houdende vaststelling van testmethoden uit hoofde van Verordening (EG) nr.á1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH)

A.16 Relatieve zelfontbrandingstemperatuur van vaste stoffen


1 Methode

1.1 Inleiding
Explosiegevaarlijke stoffen en stoffen die in contact met lucht bij kamertemperatuur spontaan ontbranden, moeten niet aan deze test worden onderworpen.
Deze test geeft oriŰnterende informatie over de zelfontbrandbaarheid van vaste stoffen bij verhoogde temperatuur.
Indien de warmte, die vrijkomt bij reactie van de stof met zuurstof of bij exotherme ontleding, niet snel genoeg aan de omgeving wordt afgegeven, vindt zelfopwarming en uiteindelijk zelfontbranding plaats. Zelfontbranding kan dus slechts optreden als de snelheid van de warmteproductie groter is dan die van het warmteverlies.
De testprocedure is bruikbaar als een oriŰnterende proef voor vaste stoffen. Omdat de ontsteking en verbranding van vaste stoffen ingewikkelde processen zijn, mag de volgens deze testmethode bepaalde zelfontbrandingstemperatuur alleen voor vergelijkingsdoeleinden worden gebruikt.

1.2 Definities en eenheden
De zelfontbrandingstemperatuur, die met deze methode verkregen wordt, is de laagste omgevingstemperatuur iná░C waarbij een bepaald volume van een stof onder welbepaalde omstandigheden ontbrandt.

1.3 Referentiestoffen
Niet gegeven.

1.4 Principe van de testmethode
Een bepaald volume van de te onderzoeken stof wordt bij kamertemperatuur in een oven geplaatst; het temperatuurverloop in het midden van het monster wordt als functie van de tijd geregistreerd, terwijl de temperatuur van de oven met een snelheid van 0,5░C/minuut wordt opgevoerd tot 400░C of tot de smelttemperatuur indien deze lager is. Voor het doel van deze test wordt de temperatuur van de oven, waarbij de temperatuur van het monster door zelfopwarming 400░C bereikt, de zelfontbrandingstemperatuur genoemd.

1.5 Kwaliteitscriteria
Niet gegeven.

1.6 Beschrijving van de testmethode

1.6.1 Apparatuur

1.6.1.1 Oven
Een laboratoriumoven van ongeveer 2 liter, waarvan het temperatuurverloop lineair geregeld kan worden, en voorzien van natuurlijke luchtcirculatie en explosieontlasting. Teneinde eventueel explosiegevaar te vermijden, moet voorkomen worden dat ontledingsgassen in contact kunnen komen met de elektrische verwarmingselementen.

1.6.1.2 Gazen kubus
Een stuk roestvrij staalgaas met openingen van 0,045ámm moet worden uitgeknipt volgens het patroon van figuur 1. Het gaas wordt gevouwen en met draad vastgemaakt in de vorm van een kubus met open bovenkant.

1.6.1.3 Thermokoppels
Geschikte thermokoppels.

1.6.1.4 Recorder
Tweekanaalsrecorder, gecalibreerd van 0 tot 600░C of hiermee overeenkomstige spanning.

1.6.2 Testomstandigheden
De stoffen worden getest zoals ontvangen.

1.6.3 Uitvoering van de test
De kubus wordt gevuld met de te onderzoeken stof waarbij onder zachtjes tikken zoveel stof toegevoegd wordt dat de kubus volledig gevuld is. Vervolgens wordt de kubus bij kamertemperatuur midden in de oven gehangen. Het ene thermokoppel wordt in het middelpunt van de kubus gebracht en het tweede tussen de kubus en de ovenwand om de oventemperatuur te registreren.
De temperaturen van de oven en van het monster worden continu geregistreerd terwijl de temperatuur van de oven met een snelheid van 0,5░C/min wordt opgevoerd tot 400░C of tot de smelttemperatuur indien deze lager is dan 400░C.
Wanneer de stof reageert, zal het thermokoppel in het monster een scherpe temperatuursstijging boven de oventemperatuur te zien geven.

2 Gegevens
De oventemperatuur, waarbij de temperatuur van het monster door zelfopwarming 400░C bereikt, is van belang voor de beoordeling (zie figuur 2).

3 Rapportage
In het verslag moeten, indien mogelijk, de volgende gegevens worden opgenomen:
een beschrijving van de onderzochte stof;
de meetresultaten inclusief de temperatuur/tijd-grafiek;
alle verdere opmerkingen die van belang zijn voor interpretatie van de resultaten.

4 Literatuur

(1)

NF T 20-036 (SEPT 85). Chemical products for industrial use. Determination of the relative temperature of the spontaneous flammability of solids.
Figuur 1 – Patroon van de testkubus met ribben van 20ámm
Figuur 2 – Karakteristieke temperatuur/tijd-curve