Art. 17.

1

Binnen de acht dagen na ontvangst van het advies vermeld in artikel 16, of na het verstrijken van de gestelde termijn indien geen advies is uitgebracht, zendt de provinciegouverneur een exemplaar van het voorstel aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten waar de grondwaterwinning, het waterwingebied en of de beschermingszones geheel of gedeeltelijk gelegen zijn.

2

Binnen de zestig dagen na ontvangst van het voorstel, wordt door het college van burgemeester en schepenen een openbaar onderzoek gehouden. Het college van burgemeester en schepenen deelt de begindatum van het openbaar onderzoek minstens dertig dagen op voorhand mee aan de indiener van het voorstel. De eigenaars van de kadastrale percelen, gelegen binnen de af te bakenen waterwingebieden en beschermingszones worden minstens vijftien dagen, voor aanvang van het openbaar onderzoek door de indiener van het voorstel bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek en in het bezit gesteld van het register bedoeld in artikel 15. de indiener van het voorstel deelt deze gegevens eveneens mee aan de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, de bevoegde waterzuiveringsmaatschappijen en aan de openbare besturen, die bevoegd zijn voor verkeerswegen en waterlopen binnen de afgebakende waterwingebieden en beschermingszones.

3

De bestendige deputatie van de provincie stuurt binnen de zestig dagen na ontvangst van het volledig dossier van de gemeente, dit dossier aangevuld met haar advies naar de directeur-generaal van de Vlaamse Milieumaatschappij die binnen een termijn van dertig kalenderdagen na ontvangst van het vervolledigde dossier een voorstel van beslissing voorlegt aan de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu.

4

(...)