Art. 21.

Voor de bepaling van de tijd, die het grondwater nodig heeft om de winplaats te bereiken, wordt geen rekening gehouden met de tijd, die het water nodig heeft om in een oppervlaktelaag van 0,60 m dikte door te dringen in groengebieden, agrarische gebieden en bosgebieden en van 3 m in woon- en industriezones en ambachtelijke zones.
De begrenzing en afbakening van de beschermingszone mag natuurlijke of kunstmatige topografische richtpunten zoals wegen, waterlopen, afsluitingen, of administratieve grenzen zoals kadastrale secties omvatten, die dienstig kunnen zijn bij het zich oriŽnteren ter plaatse, zelfs wanneer hun ligging niet strikt beantwoordt aan de bepalingen van artikel 20.