Hoofdstuk VIII.
Telling van de grondwatervoorraden


Art. 30.

De gebruikers van grondwaterwinningen met een capaciteit van meer dan 96 m3 per dag, delen uiterlijk op 15 maart van elk jaar, de tijdens het vorige jaar opgevangen hoeveelheid water mede aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

 

Bij deze gelegenheid kan de Vlaamse Milieumaatschappij of de daartoe door hem gemachtigde ambtenaar mededeling eisen van de grondwaterstand op het einde van het jaar, in ruststand en tijdens het pompen, evenals andere gegevens die verband houden met de vergunningsvoorwaarden van de grondwaterwinning. Hij kan ook vragen dat de in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde inlichtingen hem voor iedere maand van het jaar zouden worden verstrekt.