Hoofdstuk IX.
Slotbepalingen


Art. 31. De vergunningsaanvragen welke ingediend zijn voor de inwerkingtreding van dit besluit worden afgehandeld volgens de procedure die geldig was op het tijdstip van de indiening van de aanvraag.

Art. 32.

1

De vergunningen verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig tot maximum twintig jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
Een dergelijke vergunning vervalt echter op het ogenblik dat de grondwaterwinning gedurende een onafgebroken periode van minstens twee jaar buiten gebruik was.

2

De grondwaterwinningen, waarvoor aangifte werd gedaan, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 augustus 1976 betreffende de telling van de voor 15 juli 1947 in gebruik genomen grondwaterwinningen moeten uiterlijk twintig jaar na de inwerkingtreding van dit besluit over een vergunning beschikken, afgeleverd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Indien een dergelijke grondwaterwinning gedurende een onafgebroken periode van minstens twee jaar buiten gebruik was, moet bij het opnieuw in dienst stellen een vergunning aangevraagd worden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.


Art. 33.

Opgeheven worden, wat het Vlaamse Gewest betreft :

1 het koninklijk besluit van 14 juni 1966, betreffende de telling van de grondwaterreserves;
2 het koninklijk besluit van 21 april 1976 tot reglementering van het gebruik van grondwater;
3 het koninklijk besluit van 13 juli 1976 tot reglementering van het gebruik van het bij exploitatie van mijnen, andere dan steenkolenmijnen, graverijen, groeven en ondergrondse uitgravingen toevallig toevloeiend grondwater;
4 het koninklijk besluit van 9 augustus 1976 betreffende de telling van de vor 15 juli 1947 in gebruik genomen grondwaterwinningen;
5 het koninklijk besluit van 1 oktober 1976 tot uitvoering van de wet van 9 juli 1976 betreffende de reglementering van de exploitatie van grondwaterwinningen.


Art. 34.

Dit besluit treedt in werking dertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.


Art. 35.

De Vlaamse Minister van Leefmilieu, Waterbeleid en Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.