Art. 32.

1

De vergunningen verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig tot maximum twintig jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
Een dergelijke vergunning vervalt echter op het ogenblik dat de grondwaterwinning gedurende een onafgebroken periode van minstens twee jaar buiten gebruik was.

2

De grondwaterwinningen, waarvoor aangifte werd gedaan, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 augustus 1976 betreffende de telling van de voor 15 juli 1947 in gebruik genomen grondwaterwinningen moeten uiterlijk twintig jaar na de inwerkingtreding van dit besluit over een vergunning beschikken, afgeleverd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Indien een dergelijke grondwaterwinning gedurende een onafgebroken periode van minstens twee jaar buiten gebruik was, moet bij het opnieuw in dienst stellen een vergunning aangevraagd worden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.