Art. 2.

Dit besluit is niet van toepassing op :

1 lozingen van huishoudelijk afvalwater van alleenstaande woningen die niet aangesloten zijn op een collectief rioleringssysteem en die buiten de waterwingebieden liggen;
2 het direct of indirect lozen, het deponeren of opslaan op of in de bodem van producten en stoffen die in zulke geringe hoeveelheid en concentratie stoffen van lijst I, II en III bevatten dat elk gevaar voor een verontreiniging nu of in de toekomst is uitgesloten;
3 de injectie van kooldioxidestromen met het oog op opslag in geologische formaties die door hun aard blijvend ongeschikt zijn voor andere doeleinden, op voorwaarde dat dergelijke injecties plaatsvinden overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond dan wel op grond van artikel 37, tweede lid, van voormeld decreet buiten de werkingssfeer ervan vallen.

Op advies van de afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor het operationele waterbeheer, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, voor elke stof van lijst I, II en III de hoeveelheid en de concentratie vaststellen.