Hoofdstuk III.
Algemene verplichtingen


Art. 7.

De briefwisseling uitgaande van een in artikel 4, 1, bedoelde milieu-instantie vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres en het telefoonnummer van degene die meer inlichtingen kan verstrekken over het dossier.


Art. 8.

Elk document waarmee een beslissing of een administratieve rechtshandeling met individuele strekking uitgaande van een milieu-instantie bedoeld in artikel 4, 1, ter kennis wordt gebracht van een bestuurde, vermeldt de eventuele beroepsmogelijkheden, de bevoegde instanties waarbij het beroep moet worden ingesteld en de geldende vormen en termijnen. Bij ontstentenis neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.


Art. 9.

1

Wanneer een persoon aantoont dat milieu-informatie van een milieu-instantie bedoeld in artikel 4, 1, onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem betreffen, is die instantie ertoe gehouden de nodige verbeteringen aan te brengen zonder dat het de betrokkene iets kost. De verbetering geschiedt op schriftelijke aanvraag van de betrokkene, onverminderd de toepassing van een door of krachtens de wet voorgeschreven procedure.

2

De milieu-instantie die niet onmiddellijk op een aanvraag om verbetering kan ingaan of ze afwijst, geeft binnen vijfenveertig dagen aan de verzoeker kennis van de redenen van het uitstel of de afwijzing. In geval van uitstel kan de termijn niet meer dan vijftien dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de gestelde termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.

3

Wanneer de aanvraag wordt gericht tot een milieu-instantie die niet bevoegd is om de verbeteringen aan te brengen, stelt deze de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mee van de milieu-instantie die, naar haar informatie, daartoe bevoegd is.