Hoofdstuk VI.
Rapporteringsverplichtingen


Art. 16.

§ 1

De minister bevoegd voor Leefmilieu verzoekt de milieu-instanties bedoeld in artikel 11 ten laatste op 15 juni 2008 en vanaf die datum om de vier jaar, om te voldoen aan hun rapporteringverplichting met betrekking tot de uitvoering van deze wet, die geldt overeenkomstig artikel 9 van richtlijn 2003/4/EG inzake toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad.

 

§ 2

De milieu-instanties bedoeld in artikel 11 informeren ten laatste op 1 oktober 2008 en vanaf die datum telkens om de vier jaar, het Directoraat Generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu over de wijze waarop zij de bepalingen met betrekking tot de toegang tot milieu-informatie krachtens deze wet hebben uitgevoerd, om aan de rapporteringsverplichtingen te kunnen voldoen.


Art. 17.

§ 1

Onverminderd de wettelijke rapporteringsverplichtingen, dient de Minister bevoegd voor Leefmilieu om de vier jaar, en uiterlijk op 30 juni van het vierde referentiejaar op basis van de informatie verschaft door de betrokken milieu-instanties een gedetailleerd verslag in bij de federale wetgevende kamers, dat hij gecoördineerd heeft en dat de staat weergeeft van het federale leefmilieubeleid, evenals de staat van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. Om de twee jaar, en uiterlijk op 30 juni van het tweede referentiejaar, dient de minister van Leefmilieu eveneens een door hem gecoördineerde samenvattende nota in bij de federale wetgevende kamers met betrekking tot de voornaamste milieu-indicatoren.

 

§ 2

De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels vast volgens welke de in de § 1 bedoelde rapportering dient te gebeuren.