Art. 21.

1

De aanvraag wordt schriftelijk ingediend. Ze vermeldt duidelijk de aangelegenheid waarover het gaat, indien mogelijk de milieu-informatie in kwestie, de vorm of het elektronisch formaat waarin de informatie bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld, alsook de naam en het correspondentieadres van de aanvrager. Ze kan ook een voorstel van termijn bevatten waarbinnen de aanvrager de milieu-informatie wenst te ontvangen.

2

De aanvraag is gericht aan de milieu-instantie die over de milieu-informatie beschikt.
Als de aanvraag wordt gericht aan een milieu-instantie die niet over de milieu-informatie beschikt, dan stuurt deze de aanvraag zo spoedig mogelijk door naar de milieu-instantie die vermoedelijk over de milieu-informatie beschikt. De aanvrager wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht.

3

De milieu-instantie die een aanvraag ontvangt en over de milieu-informatie beschikt, noteert dit onmiddellijk in een register, met vermelding van de datum van ontvangst. De milieu-instantie stuurt de aanvrager tegelijkertijd een ontvangstmelding.
De aanvrager heeft een onmiddellijk recht van toegang tot de registratiegegevens van zijn aanvraag.