Hoofdstuk VIII.
Uitzonderingen op de openbaarheid


Art. 27.

§ 1

Voor elke milieu-informatie die het voorwerp uitmaakt van een vraag tot openbaarmaking, gaat de milieu-instantie die de aanvraag ontvangst na of er uitzonderingen van toepassing zijn. Ze wijst de aanvraag af als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :

de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden en in het bijzonder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt; 
de openbare orde, de openbare veiligheid, hierin inbegrepen de fysieke beveiliging van radioactieve stoffen, of de verdediging van het land;
het vertrouwelijk karakter van de federale internationale betrekkingen van Belgiė en van de betrekkingen van Belgiė met de supranationale instellingen en van betrekkingen van de federale overheid met de gemeenschappen en gewesten;
de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten;
de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid voor eenieder om een eerlijk proces te verkrijgen;
het geheim van de beraadslagingen van de federale regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen;
het vertrouwelijk karakter van commerciėle en industriėle informatie, wanneer deze informatie wordt beschermd om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarmaking instemt;
wanneer de aanvraag betrekking heeft op een advies of een mening die een derde vrijwillig en vertrouwelijk aan een milieu-instantie heeft meegedeeld en waarvan hij uitdrukkelijk heeft gevraagd het als vertrouwelijk te behandelen tenzij hij met de openbaarmaking instemt;
de bescherming van het milieu waarop de informatie betrekking heeft.

 

§ 2

Voorzover de verzochte informatie betrekking heeft op emissies in het milieu, zijn de in § 1, 1°, 6°, 7°, 8° en 9°, genoemde uitzonderingsgronden niet van toepassing. Voor de in § 1, 2°, 3°, 4°, en 5° bedoelde uitzonderingsgronden wordt in aanmerking genomen dat de verzochte informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.


Art. 28.


Wat de milieu-informatie betreft die overeenkomstig artikel 14 moet of kan worden gepubliceerd, gaat de milieu-instantie na of de in artikel 27, § 1, bedoelde uitzonderingen van toepassing zijn. Ze publiceert de milieu-informatie niet indien het algemeen belang niet opweegt tegen de bescherming van een van de door de uitzonderingen bedoelde belangen. Overeenkomstig artikel 27, § 2, houdt de milieu-instantie rekening met het feit dat deze milieu-informatie al dan niet betrekking heeft op emissies in het milieu.


Art. 29. De in deze wet bepaalde uitzonderingen gelden onverminderd de andere bij decreet of een regel bedoeld in artikel 134 van de Grondwet bepaalde uitzonderingen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden van de gemeenschappen of de gewesten.

Art. 30.

§ 1

Wanneer de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie waarin een auteursrechtelijk beschermd werk is opgenomen, is de toestemming van de auteur of van de persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan niet vereist om ter plaatste inzage van het document te verlenen of uitleg erover te verstrekken.

 

§ 2

Wanneer de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie waarin een auteursrechtelijk beschermd werk is opgenomen, is de toestemming van de auteur of van de persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan vereist overeenkomstig de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten voor de mededeling ervan in de vorm van een kopie.

 

§ 3

In elk afzonderlijk geval dient het algemeen belang dat is gediend met de openbaarmaking te worden afgewogen tegen het specifieke belang dat is gediend met de weigering om openbaar te maken.


Art. 31.

§ 1

Een milieu-informatie wordt gedeeltelijk openbaar gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een milieu-informatie vervat zit, en het mogelijk is om de genoemde informatie te scheiden van de andere informatie.

 

§ 2

In het geval bedoeld in het eerste lid vermeldt de milieu-instantie uitdrukkelijk in haar beslissing dat de milieu-informatie slechts gedeeltelijk openbaar mag worden gemaakt. Ze geeft in de mate van het mogelijke aan op welke plaatsen informatie werd weggelaten en op grond van welke bepaling dit gebeurde.


Art. 32.

§ 1

De milieu-instantie kan een aanvraag afwijzen wanneer de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie die onvoltooid is of die niet af is en waarvan de openbaarmaking aanleiding kan geven tot misvatting. In elk afzonderlijk geval dient het algemeen belang dat is gediend met openbaarmaking te worden afgewogen tegen het specifieke belang dat is gediend met de weigering om openbaar te maken.

 

§ 2

De milieu-instantie wijst een aanvraag af wanneer :
1° de aanvraag kennelijk onredelijk is;
2° overeenkomstig artikel 22, § 2, de aanvraag kennelijk te algemeen geformuleerd blijft, na een verzoek van de milieu-instantie tot herformulering van de aanvraag.