Art. 32.

1

De milieu-instantie kan een aanvraag afwijzen wanneer de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie die onvoltooid is of die niet af is en waarvan de openbaarmaking aanleiding kan geven tot misvatting. In elk afzonderlijk geval dient het algemeen belang dat is gediend met openbaarmaking te worden afgewogen tegen het specifieke belang dat is gediend met de weigering om openbaar te maken.

2

De milieu-instantie wijst een aanvraag af wanneer :
1 de aanvraag kennelijk onredelijk is;
2 overeenkomstig artikel 22, 2, de aanvraag kennelijk te algemeen geformuleerd blijft, na een verzoek van de milieu-instantie tot herformulering van de aanvraag.