Afdeling 1.
Beroepsprocedure in het kader van de passieve openbaarheid van bestuur


Art. 35.

De aanvrager kan beroep instellen bij de federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie tegen een beslissing van een milieu-instantie bedoeld in artikel 4, 1, of na het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden genomen, of in geval van weigering van uitvoering of een onwillige uitvoering van een beslissing of enige andere moeilijkheid die hij ondervindt bij de uitoefening van de rechten die deze wet toekent.


Art. 36.

1

Het beroep moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van zestig kalenderdagen die, naargelang het geval, ingaat:
- de dag na het versturen van de beslissing bedoeld in artikel 22, 1 of 3;
- de dag na het verstrijken van de uitvoeringstermijn, bedoeld in artikel 23.

2

Bij ontstentenis van een beslissing, neemt de beroepstermijn bedoeld in het eerste lid geen aanvang.


Art. 37.

1

De federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie die een beroep ontvangt, noteert dit onmiddellijk in een register, met vermelding van de datum van ontvangst.

2

De aanvrager die het beroep heeft ingesteld en de betrokken milieu-instantie hebben een onmiddellijk recht van toegang tot de registratiegegevens van het beroep.

3

De federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie brengt de in artikel 4, 1, bedoelde milieu-instantie onmiddellijk op de hoogte van het beroep en stuurt de indiener van het beroep tegelijkertijd een ontvangstmelding.


Art. 38.

1

De federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie spreekt zich zo spoedig mogelijk uit over het beroep en brengt haar beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig kalenderdagen schriftelijk ter kennis van de aanvrager en de milieu-instantie.

2

Als de federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie oordeelt dat de gevraagde informatie moeilijk tijdig te verzamelen is, of als de toetsing van de aanvraag tot openbaarmaking aan de uitzonderingsgronden, bedoeld in artikelen 27 tot 32 moeilijk tijdig uit te voeren is, deelt ze binnen de termijn vermeld in 1 aan de indiener van het beroep mee dat de mededelingstermijn van de beslissing tot vijfenveertig kalenderdagen wordt verlengd.

De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel.


Art. 39.

1

De milieu-instantie die de informatie in haar bezit heeft, voert de beslissing tot inwilliging van het beroep zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen veertig kalenderdagen uit. Bij de verlengingsbeslissing, bedoeld in artikel 38, 2, wordt de termijn van uitvoering gebracht op maximum vijfenvijftig kalenderdagen.

2

Als de milieu-instantie de beslissing niet heeft uitgevoerd binnen de termijn bedoeld in de 1, dan voert de federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie als zij in het bezit is van de gevraagde milieu-informatie, de beslissing zo snel mogelijk uit.


Art. 40.

1

De federale beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie kan, als er een beroep aanhangig wordt gemaakt, alle nuttige informatie ter plaatse inzien of ze opvragen bij de betrokken milieu-instantie.

2

Deze Commissie kan alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de betrokken milieu-instantie om aanvullende inlichtingen vragen.