Art. 36.

1

Het beroep moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van zestig kalenderdagen die, naargelang het geval, ingaat:
- de dag na het versturen van de beslissing bedoeld in artikel 22, 1 of 3;
- de dag na het verstrijken van de uitvoeringstermijn, bedoeld in artikel 23.

2

Bij ontstentenis van een beslissing, neemt de beroepstermijn bedoeld in het eerste lid geen aanvang.