Onderafdeling III.
Saneringsplichtige


A. Aanduiding van de saneringsplichtige.

Art. 11.

De verplichting om in de gevallen, vermeld in artikel 9, met betrekking tot de verontreinigde gronden een beschrijvend bodemonderzoek en bodemsanering uit te voeren, rust op de volgende personen :

als op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand is gekomen, een inrichting of activiteit gevestigd is die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid: de exploitant, vermeld in titel V;
bij gebrek aan een exploitant, of als de exploitant werd vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 12, § 1 : de gebruiker van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam; Als de exploitant vrijgesteld is van de saneringsplicht voor een deel van de bodemverontreiniging, rust de saneringsplicht van de gebruiker op dat deel van de bodemverontreiniging.
bij gebrek aan een exploitant en gebruiker, of als de exploitant en gebruiker werden vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 12, § 1 : de eigenaar van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam. Als de exploitant en de gebruiker vrijgesteld zijn van de saneringsplicht voor een deel van de bodemverontreiniging, rust de saneringsplicht van de eigenaar op dat deel van de bodemverontreiniging.

 

Als de zelfstandige saneringsplicht, vermeld in artikel 9, niet onverwijld wordt uitgevoerd, kan de OVAM de saneringsplichtige, vermeld in het eerste lid, wijzen op zijn zelfstandige saneringsplicht en hierbij de termijn bepalen waarbinnen het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering wordt uitgevoerd. Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.


B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

Art. 12.

§ 1

De exploitant is niet verplicht om het beschrijvende bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant van oordeel is dat  hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:

hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;

de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij exploitant op de grond werd.


Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de exploitant voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de exploitant voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.


De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gebruiker.

 

§ 2

De eigenaar is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden :

hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij eigenaar van de grond werd;
hij was niet op de hoogte en behoorde niet op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar van de grond werd. De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of de eigenaar niet op de hoogte was of niet op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving;
[...]

 

Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de eigenaar voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de eigenaar voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.

 

§ 3

In afwijking van de bepalingen van § 1 en § 2 is de persoon, vermeld in artikel 11, alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie, gebruik of eigendom had.

 

§ 4

Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 tot en met § 3, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig artikelen 153 tot en met 155.

 

§ 5

De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende :

de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren;
de overdraagbaarheid en het verval van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende :

de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in § 1 of § 2, moeten worden gevoegd;
de termijn waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend.