Art. 37. Degene over wiens eigendom takken van bomen van een nabuur hangen, kan de nabuur noodzaken die takken af te snijden.
Vruchten die vanzelf op het eigendom van de nabuur vallen, behoren de nabuur toe.
Degene op wiens erf wortels doorschieten, mag ze aldaar zelf weghakken.
Het recht om de wortels weg te hakken of de takken te doen afsnijden verjaart niet.