Hoofdstuk I.
Algemene bepalingen.


Art. 48. Eens of zo nodig meer dan eens in het jaar worden ovens en schoorstenen door of vanwege de burgemeester geschouwd.
Deze geeft de nodige bevelen om ze met bekwame spoed, al naar het geval te doen reinigen, herstellen of slopen, onverminderd de in het Strafwetboek bepaalde straffen.

Art. 49. Wanneer een in de landbouw werkzaam persoon wegens een strafbaar feit aangehouden wordt terwijl hij, met behulp van dieren, ploeg of enig ander werk verricht of terwijl hij een kudde hoedt, treft de burgemeester dadelijk voorzieningen voor het onderhoud en de veiligheid van de dieren.

Art. 50. De burgemeester waakt voor de stipte uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende :
1 (...), de gemeenteweide, het aren lezen en het naharken;
2 de vermeerdering en verbetering van de rassen van alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw;
3 de bescherming en het behoud van dieren en vogels die nuttig zijn voor de landbouw;
4 de verdelging van dieren die schadelijk en gevaarlijk zijn voor de kudden;
5 de verdelging van dieren en insekten die schadelijk zijn voor de veldvruchten;
6 de uitroeiing van distels en andere gewassen die schadelijk zijn voor de landbouw;
7 de middelen om besmettelijke ziekten te voorkomen en te stuiten bij alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw.