Art. 50. De burgemeester waakt voor de stipte uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende :
1 (...), de gemeenteweide, het aren lezen en het naharken;
2 de vermeerdering en verbetering van de rassen van alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw;
3 de bescherming en het behoud van dieren en vogels die nuttig zijn voor de landbouw;
4 de verdelging van dieren die schadelijk en gevaarlijk zijn voor de kudden;
5 de verdelging van dieren en insekten die schadelijk zijn voor de veldvruchten;
6 de uitroeiing van distels en andere gewassen die schadelijk zijn voor de landbouw;
7 de middelen om besmettelijke ziekten te voorkomen en te stuiten bij alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw.