Hoofdstuk III.
Opsporing van wanbedrijven en overtredingen.


Art. 66. […]

Art. 67.

De politieambtenaren van de lokale politie) zijn, evenals de rijkswacht, belast met het opsporen en vaststellen van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- en bospolitie, alsmede van jacht- en visserijmisdrijven, op het grondgebied waarvoor zij beŽdigd zijn.


De door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden zijn eveneens bevoegd om die verschillende wanbedrijven en overtredingen in het veld vast te stellen.


Art. 68. Zij zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee of pluimgedierte, alsook de werktuigen, voertuigen en gespannen van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij mogen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen, niet betreden dan in aanwezigheid hetzij van de vrederechter, hetzij van de burgemeester of zijn gemachtigde, hetzij van een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.

Art. 69.

In de gevallen bedoeld in artikel 68 mogen de door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden, niet weigeren, op straffe van een geldboete van 25 frank, de leden van de lokale politie of van de federale politie, die hun aanwezigheid vorderen, te vergezellen.


Ze zijn bovendien gehouden de in hun aanwezigheid opgemaakte processen-verbaal te ondertekenen; in geval zij weigeren, wordt hiervan melding gemaakt in deze processen-verbaal.


Art. 70. […]

Art. 71. Wanneer hun middelen ontoereikend blijken, hebben de leden van de gemeentepolitie, als officier van gerechtelijke politie, en de bijzondere veldwachters, het recht om de rijkswacht rechtstreeks te vorderen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- of bospolitie, alsook tot opsporing en inbeslagneming van de voortbrengselen van de bodem die gestolen of wederrechtelijk afgesneden dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht zijn.

Art. 72. Zij dagtekenen en ondertekenen hun proces-verbaal, op straffe van nietigheid.

Art. 73. Wanneer het proces-verbaal een inbeslagneming inhoudt, wordt binnen vierentwintig uren een uitgifte ervan neergelegd ter griffie van de politierechtbank om meegedeeld te kunnen worden aan hen die de in beslag genomen voorwerpen terugvorderen.

Art. 74. De rechters in de politierechtbank kunnen voorlopige opheffing van het beslag verlenen, onder verplichting om de kosten van inbewaringstelling te betalen en borg te stellen. Indien de gegoedheid van de borg betwist wordt, beslist de rechter in de politierechtbank.

Art. 75. Indien het in beslag genomen vee binnen tien dagen na de inbewaringstelling niet wordt teruggevorderd of indien geen borg gesteld wordt, beveelt de politierechtbank de veiling op de naastbijgelegen markt. Die veiling geschiedt door de zorg van de ontvanger der domeinen, die ze vierentwintig uren tevoren bekendmaakt.
De kosten van de inbewaringstelling en van de veiling worden begroot door de politierechtbank en afgehouden van de opbrengst; het overschot dient tot betaling van het bedrag van veroordelingen, waarvan de invordering gedaan wordt door het bestuur van registratie en domeinen; wat overblijft wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas.
Indien de terugvordering van het in beslag genomen vee verworpen wordt bij gebreke van borgstelling of indien het vee eerst na de veiling teruggevorderd wordt, heeft de eigenaar alleen recht op teruggave van de netto-opbrengst van de verkoop, na aftrek van alle kosten, ingeval het vonnis die teruggave beveelt. Van die prijs houdt de ontvanger het bedrag af van de veroordelingen tot geldboete, uitgesproken wegens het misdrijf dat tot het beslag aanleiding heeft gegeven.

Art. 76. De veldwachters van (...) openbare instellingen en bijzondere personen zijn aansprakelijk voor elke nalatigheid of overtreding in de uitoefening van hun bediening. Zij kunnen worden veroordeeld tot betaling van de vergoedingen verbonden aan de misdrijven die zij niet behoorlijk hebben vastgesteld.

Art. 77. […]

Art. 78. […]