Hoofdstuk IV.
Vervolging van wanbedrijven en overtredingen.


Art. 79. De vervolging van wanbedrijven en overtredingen geschiedt overeenkomstig de regels van het Wetboek van Strafvordering, behoudens de door het tegenwoordige wetboek ingevoerde wijzigingen.

Art. 80. […]

Art. 81.

Een proces-verbaal, opgemaakt en behoorlijk ondertekend door een der in hoofdstuk III van deze titel vermelde ambtenaren, agenten of aangestelden, geldt als bewijs van de daarin vastgestelde materiŽle feiten, zolang het tegendeel niet is bewezen.


Art. 82. Het proces-verbaal wordt binnen drie dagen gezonden aan de procureur des Konings.

Art. 83. De rechtsvorderingen tot herstel van de in dit wetboek omschreven wanbedrijven en overtredingen verjaren, zowel ten aanzien van de strafoplegging als van de teruggave en schadevergoeding, door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het wanbedrijf of de overtreding is gepleegd.

Art. 84.

De bepalingen van het vorige artikel zijn niet van toepassing op de misdrijven, (door de leden van het personeel van de gemeentepolitie en door de veldwachters van openbare instellingen of bijzondere personen begaan in de uitoefening van hun bediening. Te hunnen opzichte gelden de verjaringstermijnen van de gewone wetten van strafvordering.
De rechtsvordering tot schadevergoeding die krachtens artikel 76 wordt ingesteld, is echter niet meer ontvankelijk een jaar nadat de strafvordering tegen de schuldige zelf door verjaring vervallen is.


Art. 85. De rechtbank waarbij een wanbedrijf of een overtreding aanhangig is, kan schadevergoeding toekennen, op klacht van de eigenaar der vruchten of gewassen, voor gezien getekend door de burgemeester of een schepen en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.