Art. 89.

Met geldboete van tien frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :

Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.
In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen.
Zij die, buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen.
Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond.
[...]
[...]
Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten.
Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
De geldboete wordt verdubbeld, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is.
zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van heiden;
zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.

 

Het verbod, vermeld in het eerste lid, 9°, geldt niet voor kampvuren op toeristische logiezen als vermeld in artikel 3 van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:

de eigenaar of exploitant staat kampvuren toe;
de eigenaar of exploitant maakt schriftelijk melding bij het college van burgemeester en schepenen van de mogelijkheid om op zijn terrein kampvuren aan te steken;
de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen, de politie, brandweer of een andere verantwoordelijke instantie verbiedt het aansteken van kampvuren niet wegens brandgevaar;
eventuele bijkomende voorwaarden die de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen, de politie, de brandweer of een andere verantwoordelijke instantie heeft opgelegd, worden gerespecteerd.