Art. 2.

De bepalingen van Titel I zijn van toepassing op kernschade ontstaan uit een kernongeval waarvoor de aansprakelijkheid berust bij de exploitant van een kerninstallatie, gelegen op het Belgisch grondgebied, op voorwaarde dat de kernschade geleden werd op het grondgebied van of binnen maritieme zones ingesteld in overeenstemming met het internationaal zeerecht van, of, behoudens op het grondgebied van een niet-verdragsluitende staat die niet vermeld is onder 2° en 3° van deze paragraaf, aan boord van een schip of luchtvaartuig dat geregistreerd is in :

een verdragsluitende Partij bij het Verdrag van Parijs;
een niet-verdragsluitende staat die, ten tijde van het kernongeval, geen kerninstallatie op zijn grondgebied of binnen door hem in overeenstemming met het internationaal recht ingestelde maritieme zones heeft;
elke andere niet-verdragsluitende staat waar, ten tijde van het kernongeval, een wetgeving inzake de aansprakelijkheid voor kernschade van kracht is die equivalente wederkerige voordelen biedt, in de zin van artikel 2, a, iv), van het Verdrag van Parijs.


De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassing van Titel I van deze wet uitbreiden tot kernschade ontstaan uit een kernongeval waarvoor de aansprakelijkheid berust bij de exploitant van een kerninstallatie, gelegen op het Belgisch grondgebied, en geleden door een onderdaan van een verdragsluitende Partij op het grondgebied van de staten die niet bedoeld zijn onder 1° tot 3° van lid 1.


Voor de toepassing van dit artikel, gelden de territoriale wateren en de exclusieve economische zone van België in de Noordzee als grondgebied.