Hoofdstuk IV.
Dekking van de wettelijke aansprakelijkheid en erkenning van de exploitant.


Art. 8.

De exploitant van een kerninstallatie is gehouden, overeenkomstig artikel 10, a) en d), van het Verdrag van Parijs, een verzekering of andere financiŽle zekerheid, die passend wordt geoordeeld door de minister, te hebben en in stand te houden ter dekking van zijn aansprakelijkheid ter grootte van het bedrag vastgesteld door of krachtens artikel 7 van deze wet.


Onder meer gaat de minister de overeenstemming na van de aangeboden waarborg met de bepalingen van deze wet en de solvabiliteit van de verstrekker van de waarborg voor zover dit geen onderneming is die valt onder de prudentiŽle controle van de Nationale Bank.


De exploitant is gehouden deze verzekering of andere financiŽle zekerheid te vernieuwen binnen een termijn van zestig dagen na het schadegeval.


De minister is het openbaar gezag dat bevoegd is om de opzegging voorgeschreven bij artikel 10, d), van het Verdrag van Parijs in ontvangst te nemen.


De bedragen die voortkomen uit de verzekering, herverzekering of een andere financiŽle zekerheid mogen alleen worden aangewend voor de vergoeding van de kernschade veroorzaakt door een kernongeval.


Art. 9. Onverminderd de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen, is het de exploitant van een kerninstallatie verboden splijtstoffen, radioactieve produkten of afvalstoffen te bezitten of aan te wenden, dan wel voor deze kerninstallatie bestemde nucleaire stoffen over te nemen, indien hij niet van tevoren als exploitant is erkend overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de regels die de Koning vaststelt.


Art. 10.

De erkenning als exploitant wordt verleend door de Koning nadat de aanvrager heeft aangetoond dat hij ter dekking van zijn aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiŽle zekerheid als bedoeld in artikel 8.Het besluit dat de erkenning verleent, kan de duur waarvoor zij verleend wordt, beperken.De erkenning is herroepbaar wanneer de exploitant de in artikel 8 gestelde voorwaarden niet meer vervult of wanneer hij zijn werkzaamheid stopzet.Het besluit waarbij de erkenning wordt geweigerd of herroepen, dient met redenen omkleed te zijn.Van het besluit waarbij de erkenning wordt verleend, geweigerd of herroepen, wordt door of vanwege de Minister kennis gegeven aan de exploitant. Het wordt binnen drie maanden na de kennisgeving in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.In geval van herroeping van de erkenning blijft de exploitant onderworpen aan de in artikel 8 bedoelde verplichting, zolang hij aansprakelijk zou kunnen zijn.


Art. 10/1.

ß 1.

Indien de exploitant vaststelt dat de markt geen verzekering of financiŽle waarborg biedt voor bepaalde risico’s, zoals vereist door deze wet, kan hij aan de Staat vragen om een waarborg te verlenen, mits betaling van een vergoeding voor de dekking van deze risico’s.


De aanvraag wordt gericht aan de minister van Economie die de ontvankelijkheid ervan nakijkt.


De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de termen en voorwaarden vaststellen voor het toekennen van deze waarborg.

ß 2.

Op het advies van de administratie van de Thesaurie, van de FSMA en van de Commissie voor Verzekeringen bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de vergoeding. De Minister van FinanciŽn bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist. De vergoeding is jaarlijks en dekt het risico door de Staat gedragen alsook de expertisekosten verbonden aan haar berekening. Ze dekt eveneens de expertisekosten voor het nazicht van de effectieve realisatie van het schadegeval en het nazicht van de voorwaarden verbonden aan een beroep op de waarborg alsook de kosten voor betaling van de schade in het geval van een beroep op de waarborg.

ß 3.

In het geval van een beroep op de waarborg, wordt de Staat gesubrogeerd, ten belope van de de betaalde bedragen, in alle rechten en vorderingen van de slachtoffers ten aanzien van de exploitant.


Art. 11.

De Minister mag te allen tijde door de exploitant het bewijs laten overleggen dat hij de hem bij artikel 8 opgelegde verplichtingen nakomt.


Art. 12.

Overeenkomstig deze wet is de Staat aansprakelijk voor de kerninstallaties die hij exploiteert.De bij artikel 8 bepaalde verplichting zich te verzekeren, rust niet op de Staat wanneer deze exploitant is.Van het besluit dat de Staat een kerninstallatie zal exploiteren, wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad.


Art. 13.

De Minister legt een register aan van de overeenkomstig artikel 10 verleende erkenningen. Dit register bevat onder meer een kaart waarop de ligging en de grenzen van het terrein van ieder van de kerninstallaties zijn aangeduid en eventueel de grenzen van het terrein, waarop verschillende naburige kerninstallaties gelegen zijn.Iedere exploitant is gehouden de Minister op de hoogte te brengen van elke verandering aan de inrichtingen of aan de ligging ervan.De grenzen van een kerninstallatie kunnen tegen derden slechts ingeroepen worden wanneer zij voorkomen in het openbaar register. Dit wordt voor een ieder ter inzage gelegd op een door de Minister aan te wijzen plaats en in de gemeentelijke administraties van de gemeenten op het grondgebied waarvan de inrichtingen zich bevinden.De lijst der erkende exploitanten wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.Dit artikel is eveneens toepasselijk op elke kerninstallatie waarvan de Staat exploitant is.