Art. 8.

De exploitant van een kerninstallatie is gehouden, overeenkomstig artikel 10, a) en d), van het Verdrag van Parijs, een verzekering of andere financiŽle zekerheid, die passend wordt geoordeeld door de minister, te hebben en in stand te houden ter dekking van zijn aansprakelijkheid ter grootte van het bedrag vastgesteld door of krachtens artikel 7 van deze wet.


Onder meer gaat de minister de overeenstemming na van de aangeboden waarborg met de bepalingen van deze wet en de solvabiliteit van de verstrekker van de waarborg voor zover dit geen onderneming is die valt onder de prudentiŽle controle van de Nationale Bank.


De exploitant is gehouden deze verzekering of andere financiŽle zekerheid te vernieuwen binnen een termijn van zestig dagen na het schadegeval.


De minister is het openbaar gezag dat bevoegd is om de opzegging voorgeschreven bij artikel 10, d), van het Verdrag van Parijs in ontvangst te nemen.


De bedragen die voortkomen uit de verzekering, herverzekering of een andere financiŽle zekerheid mogen alleen worden aangewend voor de vergoeding van de kernschade veroorzaakt door een kernongeval.