Hoofdstuk V.
Vervoer van nucleaire stoffen.


Art. 14.

Onverminderd de toepassing van de wetten en verordeningen betreffende de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen :1° is de exploitant van een kerninstallatie overeenkomstig artikel 4 van het Verdrag van Parijs aansprakelijk voor het vervoer van de nucleaire stoffen, daaronder begrepen de opslag gedurende het vervoer;2° kan de vervoerder met goedkeuring van de exploitant en van de Minister, in de plaats gesteld worden van de exploitant voor de schade veroorzaakt door een kernongeval buiten de installatie, indien is voldaan aan de vereisten van artikel 8.In dat geval wordt de vervoerder, voor de kernongevallen welke zich tijdens het vervoer van nucleaire stoffen voordoen, als exploitant van een kerninstallatie op het Belgisch grondgebied beschouwd. 3° kan de exploitant van een kerninstallatie zijn aansprakelijkheid overdragen aan de exploitant van een andere kerninstallatie indien deze laatste een rechtstreeks economisch belang heeft bij de nucleaire stoffen die worden vervoerd.


Art. 15. Iedere vervoerder van nucleaire stoffen moet in het bezit zijn van een certificaat uitgereikt door of namens de verzekeraar of de persoon die een financiėle zekerheid heeft gesteld en waaruit blijkt dat aan het bepaalde in artikel 8 is voldaan. Dit certificaat moet beantwoorden aan de in artikel 4, d), van het Verdrag van Parijs gestelde voorwaarden.De Koning stelt nadere regels voor de toepassing van dit artikel.

Art. 16. Overeenkomstig artikel 7, e), van het Verdrag van Parijs en onverminderd de toepassing van artikel 7, f), daarvan, is de doorvoer van nucleaire stoffen over het Belgisch grondgebied afhankelijk van de voorwaarde dat de betrokken buitenlandse exploitant minstens dezelfde verbintenissen draagt als die welke rusten op een exploitant van een op Belgisch grondgebied gelegen kerninstallatie.