Hoofdstuk VI.
Vergoeding voor de kernschade


Art. 17.

Het totaal der vergoedingen door de exploitant te betalen voor de door een kernongeval veroorzaakte kernschade wordt, overeenkomstig artikel 7, a), van het Verdrag van Parijs, beperkt tot het door of krachtens artikel 7 van deze wet vastgestelde maximumbedrag.


Art. 18.

Indien de kernschade aanleiding geeft tot aansprakelijkheid van meer dan één exploitant overeenkomstig deze wet, zijn die exploitanten hoofdelijk [...] aansprakelijk.

 

Indien nochtans een zodanige aansprakelijkheid ontstaat ten gevolge van kernschade veroorzaakt door een kernongeval waarbij nucleaire stoffen tijdens het vervoer in een en hetzelfde vervoermiddel of, in het geval van opslag gedurende het vervoer, in een en dezelfde kerninstallatie betrokken zijn, zal als hoogste totale bedrag van de aansprakelijkheid van die exploitanten gelden het hoogste bedrag dat voor een van hen overeenkomstig artikel 7 van deze wet is vastgesteld.In geen geval zal een exploitant in verband met een kernongeval meer behoeven te betalen dan het overeenkomstig of krachtens artikel 7 van deze wet voor hem vastgesteld bedrag.


Art. 19.

Bij toepassing van het Aanvullend Verdrag, zal, wanneer de door een kernongeval veroorzaakte kernschade groter is dan het overeenkomstig artikel 7 vastgestelde bedrag, het gedeelte van de kernschade dat hoger is dan dit bedrag vergoed worden met openbare middelen die ter beschikking worden gesteld anders dan ter dekking van de aansprakelijkheid van de exploitant, overeenkomstig artikel 3, b), ii) en iii), en 3, g), van het Aanvullend Verdrag.

 

Bij toepassing van artikel 18 van deze wet, en overeenkomstig artikel 4, b, van het Aanvullend Verdrag zal het totaal van de krachtens lid 1 verleende overheidsgelden niet meer bedragen dan het verschil tussen het hoogste in het artikel 3, b, iii, van het Aanvullend Verdrag vastgestelde bedrag en het totaal van de voor de aansprakelijke exploitanten bepaalde bedragen.

 

[...]


Art. 20.

Wanneer het totaal der vergoedingen niet hoger is dan de middelen daartoe voorzien door of krachtens het Verdrag van Parijs, het Aanvullend Verdrag en bij de artikelen 17 en 19 van deze wet, wordt het bedrag van de vergoedingen overeenkomstig het gemeen recht vastgesteld.

 

Wanneer het totaal der vergoedingen de in vorig lid bedoelde middelen te boven gaat of dreigt te boven te gaan, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de maatstaven van een billijke verdeling.


Art. 21.

De gerechtigden op een stelsel van sociale zekerheid of vergoeding van arbeidsongevallen of beroepsziekten, blijven, zelfs bij een kernongeval, onderworpen aan de wetgeving tot regeling van dat stelsel.In zoverre de kernschade, veroorzaakt door een kernongeval, niet is vergoed met toepassing van bij lid 1 bedoelde stelsels en voor zover deze gerechtigden een vordering naar gemeen recht tegen de aansprakelijke kunnen instellen, hebben zij het recht vergoeding te eisen overeenkomstig deze wet.Personen of instellingen die krachtens de in lid 1 bedoelde stelsels vergoedingen hebben uitgekeerd aan de slachtoffers van een kernongeval of hun rechtverkrijgenden oefenen binnen de grenzen bepaald in de artikelen 17 en 19 tegen de exploitant, zijn verzekeraar, de persoon die een andere financiële zekerheid heeft gesteld of tegen de Staat het verhaalrecht uit dat hun krachtens die stelsels is toegekend.


Art. 21/1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorschriften vastleggen betreffende het stelsel van de kostenvergoeding verbonden aan de preventieve maatregelen en de herstelmaatregelen voor het milieu , als gevolg van een kernongeval.

Art. 22.

Onverminderd het bepaalde in artikel 19 vergoedt de Staat, tot beloop van het maximumbedrag waarvoor de exploitant aansprakelijkheid is, de kernschade die niet is vergoed door middel van een verzekering of andere financiële zekerheid. In dat geval treedt de Staat in alle rechten en vorderingen van de slachtoffers voor de bedragen die hij heeft uitgekeerd.


Art. 22/1.

De Staat vergoedt, tot beloop van het bedrag vastgesteld door artikel 7, eerste lid, de kernschade veroorzaakt door een kerninstallatie of een vervoer, waarvan het bedrag het maximumbedrag vastgesteld krachtens artikel 7, tweede lid, 2°, overschrijdt


Art. 23.

De vorderingen tot schadevergoeding tegen de exploitant, krachtens deze wet, dienen op straffe van verval te worden ingesteld,

ten aanzien van nucleaire lichamelijke letsels, binnen dertig jaar vanaf het kernongeval;
ten aanzien van overige kernschade, binnen tien jaar vanaf het kernongeval.

 

De vordering verjaart in ieder geval door verloop van drie jaar vanaf het slachtoffer kennis heeft gehad of redelijkerwijze geacht kan worden kennis te hebben gehad van de kernschade en van de identiteit van de exploitant, met dien verstande dat de in dit artikel gestelde termijnen van tien of dertig jaar niet mogen worden overschreden.


Ieder die kernschade heeft geleden tengevolge van een kernongeval en die binnen de in dit artikel gestelde termijn een vordering tot schadevergoeding heeft ingesteld, kan een bijkomend verzoek tot schadevergoeding indienen ingeval van toeneming van de schade na het verstrijken van die termijn, zolang er nog geen definitieve uitspraak is tussengekomen over het bedrag van de vergoeding

 

De vergoeding van nucleaire lichamelijke letsels binnen een termijn tussen tien en dertig jaar vanaf het kernongeval is ten laste van de Staat. Zij zal ten laste gelegd worden van de exploitant voor elk kernongeval dat zich voordoet vanaf 1 januari 2018. De Koning kan deze datum vervroegen of uitstellen. In ieder geval zal deze vergoeding ten laste van de exploitant zijn op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het protocol van 12 februari 2004 tot wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie in werking is getreden.


Art. 24. Wanneer het kernongeval of de kernschade door het slachtoffer opzettelijk is veroorzaakt, heeft het geen recht op vergoeding.