Art. 20.

Wanneer het totaal der vergoedingen niet hoger is dan de middelen daartoe voorzien door of krachtens het Verdrag van Parijs, het Aanvullend Verdrag en bij de artikelen 17 en 19 van deze wet, wordt het bedrag van de vergoedingen overeenkomstig het gemeen recht vastgesteld.

 

Wanneer het totaal der vergoedingen de in vorig lid bedoelde middelen te boven gaat of dreigt te boven te gaan, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de maatstaven van een billijke verdeling.