Art. 28.

ß 1

De Staat kan tussenkomen in iedere vordering die wordt ingesteld op grond van de bepalingen van het Verdrag van Parijs, het Aanvullend Verdrag en deze wet.Indien de Staat niet is tussengekomen, dan moet de eiser, vůůr de sluiting der debatten, de Staat in het geding roepen.

ß 2

Een vonnis gewezen in een geschil ter zake van een door een kernongeval veroorzaakte schade kan aan de exploitant, aan het slachtoffer of aan diens rechthebbende, aan de verzekeraar of aan de persoon die een andere financiŽle zekerheid heeft gesteld, slechts worden tegengeworpen indien zij in het geding partij zijn geweest dan wel daarin zijn geroepen.Niettemin kan het vonnis, dat in een geschil tussen het slachtoffer en de exploitant is gewezen, worden tegengeworpen aan de verzekeraar of aan de persoon die een andere financiŽle zekerheid heeft gesteld, indien is komen vast te staan dat deze in feite de leiding van het geding op zich heeft genomen.De verzekeraar of de persoon die een andere financiŽle zekerheid heeft gesteld, kan de exploitant in het geding roepen dat door het slachtoffer tegen hem wordt ingesteld.