Titel II.
Aanvullende maatregelen.


Art. 31.

In geval van doorvoer van nucleaire stoffen, de opslag daaronder begrepen, is de vervoerder aansprakelijk voor de schade die in BelgiŽ is veroorzaakt door een kernongeval waarbij deze stoffen zijn betrokken en waarvoor in het Verdrag van Parijs geen schaderegeling is voorzien.De Koning kan, volgens de regels die Hij vaststelt, de bepalingen van Titel I geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren op de vervoerder bedoeld in het eerste lid.


Art. 32.

In geval van bezit, aanwending of vervoer van bronnen van ioniserende stralingen waarop het Verdrag van Parijs niet van toepassing is, in een installatie die de Koning omschrijft als kerninstallatie, is de exploitant aansprakelijk voor de kernschade welke door de radioactieve eigenschappen alleen of samen met andere giftige of schadelijke eigenschappen van die ioniserende stralingen in BelgiŽ is veroorzaakt.De Koning kan, volgens de regels die Hij vaststelt, de bepalingen van Titel I geheel of ten dele van toepassing verklaren op de exploitant bedoeld in het eerste lid.


Art. 33.

De Koning bepaalt de wijze waarop voor kernschade, in BelgiŽ geleden, de Staat het gedeelte van de schadeloosstelling dat het krachtens artikel 7 vastgestelde maximumbedrag te boven gaat, te zijnen laste neemt, wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 31 of aan artikel 32 van de wet, of wanneer, ofschoon de aansprakelijkheid volgens Titel I en het Verdrag van Parijs is vastgesteld, de schaderegeling bepaald in het Aanvullend Verdrag niet van toepassing is.


Art. 34. De Koning kan, volgens de regels die Hij vaststelt, besluiten dat Hij de vergoeding te zijnen laste neemt van de kernschade op Belgisch grondgebied geleden, en veroorzaakt door een kernongeval waarvoor de aansprakelijkheid berust bij de exploitant van een kerninstallatie gelegen op het grondgebied van een niet-verdragsluitende Staat, wanneer het slachtoffer geen vergoeding voor zijn kernschade in die Staat verkrijgen kan.