Titel III.
Straf-, opheffings- en slotbepalingen.


Art. 35. Overtreding van de artikelen 8, 9, 13, tweede lid, en 15 en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen 31 en 32, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van 1 000 frank tot 50 000 frank of met een van die straffen alleen.De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.Onverminderd de bevoegdheid toegekend aan de officieren van gerechtelijke politie kan de Koning op de voordracht, ieder wat hem betreft, van de Ministers tot wiens bevoegdheid hetzij het verzekeringswezen, hetzij de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen, hetzij de nucleaire veiligheid behoort, de rijksambtenaren aanwijzen die bevoegd zijn om de in het eerste lid bedoelde overtredingen op te sporen en vast te stellen bij processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen.


Art. 36. De wet van 18 juli 1966 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, houdende vaststelling van bepaalde maatregelen tot onmiddellijke toepassing van het Verdrag van Parijs en van het toegevoegd Protocol, wordt opgeheven.

Art. 37. [...]