Art. 4.

De koninklijke besluiten die ter uitvoering van de voorgaande artikelen worden vastgesteld, moeten aan de Hoge Gezondheidsraad voor advies worden voorgelegd. Die besluiten worden gezamenlijk voorgedragen door de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid en Leefmilieu en, naargelang van de aard en de bron van het lawaai, door :

  1. de Minister, tot wiens bevoegdheid de Arbeid behoort, voor de nijverheids- of handelsondernemingen, met uitzondering van de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven;
  2. de Minister tot wiens bevoegdheid de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven behoren, wanneer het om die inrichtingen gaat;
  3. de Minister, tot wiens bevoegdheid de Openbare Werken behoren, wanneer het om openbare werken gaat;
  4. de Ministers, tot wier bevoegdheid de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening en, volgens het geval, de Arbeid of de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven behoren, voor de bepaling van de zones, die tegen het door nijverheids- en handelsondernemingen veroorzaakte lawaai moeten worden beschermd;
  5. de Ministers, tot wier bevoegheid de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening alsook de reglementering van en de controle op het vervoer behoren, voor de bepaling van de zones die tegen het door het verkeer veroorzaakte lawaai moeten worden beschermd;
  6. de Minister, tot wiens bevoegdheid de reglementering van en de controle op het vervoer behoren, voor de vervoermiddelen te land, te water, per spoor of door de lucht;
  7. de Minister, tot wiens bevoegdheid de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening behoren, voor de technische bouwvoorwaarden;
  8. de Ministers, tot wier bevoegdheid de Middenstand en de Tewerkstelling behoren, voor de vakopleiding van de in artikel 3 bedoelde personen;
  9. de Minister tot wiens bevoegdheid de Landsverdediging behoort, om alle maatregelen te treffen teneinde het lawaai dat afkomstig is van gebouwen en installaties, tuigen en voertuigen die onder de militaire overheid ressorteren, te voorkomen of te bestrijden.

De besluiten, die niet tot de bevoegdheid behoren van de Ministers waarvan sprake van 1 tot 9, worden voorgedragen door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort.


In speciale omstandigheden is alleen de Minister, tot wiens bevoegdheid de Landsverdediging behoort, gemachtigd alle maatregelen te treffen om het lawaai, dat afkomstig is van gebouwen en installaties, tuigen en voertuigen die onder de militaire overheid ressorteren, te voorkomen of te bestrijden.