Art. 38.

De belastingplichtigen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de productie van elektriciteit met het oog op de verkoop ervan, zijn vanaf het eerste belastbaar tijdperk afgesloten na 31 december 2006 aan de vennootschapsbelasting onderworpen.
Het eerste lid is niet van toepassing voor deze belastingplichtigen :

  1. in het geval van een bijkomstige activiteit bestaande uit de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energieŽn of bij co-generatie van stoomelektriciteit uit aardgas, ofwel
  2. in het geval van een activiteit bestaande uit de productie van elektriciteit waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van een grondstof die afkomstig is van een afvalverwerkingsactiviteit op dezelfde exploitatieplaats.

Voor de toepassing van het tweede lid, wordt er verstaan onder :

  1. "bijkomstige activiteit" : een activiteit van elektriciteitsproductie waarvan de netto-inkomsten, deze uit energetische stimulerende middelen inbegrepen, minder bedragen dan 25 % van de jaarlijkse netto-inkomsten van de belastingplichtige;
  2. "hoofdzakelijk gebruik" : een gebruik, op jaarbasis, van meer dan 75 % in energetische capaciteit.