Art. 3.

1

Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen heeft deze wet tot doel door middel van productnormen duurzame productie- en consumptiepatronen aan te moedigen en te bevorderen en inzonderheid :

  1. het leefmilieu te beschermen tegen schadelijke effecten of risico's op schadelijke effecten van bepaalde producten die op de markt worden gebracht of die worden uitgevoerd naar landen die geen lid zijn van de Europese Unie;
  2. de volksgezondheid te beschermen tegen schadelijke effecten of risico's op schadelijke effecten van bepaalde producten die op de markt worden gebracht of die worden uitgevoerd naar landen die geen lid zijn van de Europese Unie;
  3. de uitvoering te verzekeren van de richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie inzake productnormen ter bescherming van de volksgezondheid en het leefmilieu.
  4. de werknemers te beschermen tegen schadelijke effecten of risico’s op schadelijke effecten van stoffen en mengsels welke het gevolg zijn of vermoedelijk zullen zijn van de blootstelling aan stoffen en mengsels op de arbeidsplaats of van het gebruik van stoffen en mengsels bij het uitoefenen van een beroepsactiviteit, door voorwaarden vast te stellen betreffende het op de markt brengen en de levering van deze stoffen en mengsels.

Deze wet beoogt niet [...] de veiligheid van de consument.

2

Deze wet is van toepassing op alle producten, voor wat betreft de aangelegenheden bedoeld in 1.

In afwijking van het vorige lid, is deze wet niet van toepassing op de producten die vallen onder de hiernavolgende wetten en de uitvoeringsbesluiten ervan, indien zij tegenstrijdige bepalingen bevatten of de doelstellingen ervan door de toepassing van de wet in gevaar kunnen worden gebracht :

  1. de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen;
  2. de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van de voor de landbouw nuttige huisdieren;
  3. de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
  4. de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen en andere producten;
  5. de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
  6. de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.