Hoofdstuk II.
Algemene bepalingen betreffende de producten


Art. 4.

Alle producten die op de markt worden gebracht overeenkomstig de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, alsook van de verordeningen van de Europese Unie, opgenomen in bijlage I , moeten zodanig ontworpen zijn dat hun fabricage, voorziene gebruik en verwijdering de volksgezondheid niet aantasten en niet of zo weinig mogelijk bijdragen tot een toename van de hoeveelheid en de mate van schadelijkheid van afvalstoffen en tot andere vormen van verontreiniging.


Art. 5.

§ 1

Teneinde het leefmilieu, de volksgezondheid of de werknemers te beschermen en duurzame productie- en consumptiepatronen te bevorderen, kan de Koning maatregelen nemen om :

  1. het op de markt brengen van een product te regelen, op te schorten of te verbieden;
  2. het op de markt brengen van een product afhankelijk te maken van een voorafgaande homologatie, toelating, registratie of kennisgeving, alsook de voorwaarden te bepalen waaronder toelatingen of registraties kunnen worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
  3. de eigenschappen, samenstelling, verpakking, presentatie en conditionering van een product met het oog op het op de markt brengen ervan, te reglementeren en de wijze te bepalen waarop bewezen of te kennen moet worden gegeven dat aan deze regels voldaan wordt;
  4. het op de markt brengen van herbruikbare producten aan te moedigen;
  5. de criteria te bepalen voor de analyse, het testen en de studie van een product of productgroep en zijn levenscyclus met het oog op het bepalen van de duurzaamheid en van de potentiële gevaren of risico's van het op de markt brengen ervan voor de volksgezondheid of het leefmilieu en analyses, testen of studies volgens deze modaliteiten op te leggen;
  6. de informatie, met uitzondering van de reclame als bedoeld in artikel I.8, 13°, van het Wetboek van economisch recht, te bepalen die betreffende een product of productgroep voorafgaandelijk aan hun op de markt brengen of naar aanleiding ervan moet of kan worden verstrekt en aan wie en hoe deze informatie moet of kan worden verstrekt;
  7. de activiteiten van personen, betrokken bij het op de markt brengen van producten of productgroepen, te onderwerpen aan voorwaarden en aan een voorafgaande kennisgeving of toelating van de minister waarvan Hij de modaliteiten bepaalt alsook de voorwaarden te bepalen waaraan de kennisgeving dient te voldoen en waaronder de toelating kan worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
  8. de uitvoer van producten naar landen die geen lid zijn van de Europese Unie te verbieden of aan een al dan niet voorafgaande kennisgeving, toelating of aan voorwaarden te onderwerpen;
  9. producten met het oog op het regelen van het op de markt brengen ervan in te delen in categorieën naargelang hun effecten op de volksgezondheid of het leefmilieu;
  10. specifieke regels te bepalen inzake het etiketteren van een product of productgroep. Wanneer deze regels betrekking hebben op een product waarvoor krachtens artikel VI.9 van het Wetboek van economisch recht etiketteringsvoorschriften werden uitgevaardigd, worden deze regels op gezamenlijke voordracht van de minister en van de minister tot wiens bevoegdheid het Verbruik behoort vastgesteld;
  11. een aangifteplicht in te stellen van de op de markt gebrachte of uitgevoerde hoeveelheden producten en hun samenstelling;
  12. het op de markt brengen van een product of productgroep afhankelijk te maken van andere bijzondere voorwaarden;
  13. alle andere maatregelen nemen die nodig zijn om te voldoen aan de voorschriften van internationale verdragen en/of akten met betrekking tot het op de markt brengen van producten waardoor België gebonden is.
  14. het publiek te informeren inzake de op de markt te brengen producten of productgroepen, en dit publiek te sensibiliseren voor duurzame productie- en consumptiepatronen.

De besluiten genomen ter uitvoering van de bepalingen sub 2°, 4°, 7°, 11° en 12° worden in Ministerraad overlegd.

 

§ 2

Teneinde de volksgezondheid of de werknemers te beschermen kan de Koning bovendien :

  1. het gebruik van een product aan voorwaarden onderwerpen, opschorten of verbieden;
  2. het gebruik van een product afhankelijk maken van een voorafgaande toelating, registratie of kennisgeving alsook de voorwaarden bepalen waaronder toelatingen of registraties kunnen worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
  3. de productie van een product aan voorwaarden onderwerpen, opschorten of verbieden;
  4. bepaalde producten uit de markt doen nemen;
  5. de activiteiten van personen, betrokken bij het gebruik van producten of productgroepen, onderwerpen aan voorwaarden en aan een voorafgaande kennisgeving of toelating van de minister alsook de voorwaarden bepalen waaraan de kennisgeving dient te voldoen en waaronder de toelating kan worden verleend, opgeschort en ingetrokken :
  6. het gebruik van een product of productgroep afhankelijk maken van andere bijzondere voorwaarden.
De besluiten genomen ter uitvoering van de bepalingen sub 2°, 3°, 4°, 5° en 6° worden in Ministerraad overlegd.

 

§ 3

Behalve in de gevallen waarin artikel IX.5 van het Wetboek van economisch recht van toepassing is, kan de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, wanneer één of meerdere producten een ernstig en dringend gevaar betekenen voor de volksgezondheid, bij een met redenen omkleed besluit en zonder de in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven adviezen in te winnen, voorlopige maatregelen nemen die beletten dat ze nog gebruikt worden, nog op de markt worden gebracht of blijven.

 

§ 4

Wanneer één of meerdere producten een ernstig en dringend gevaar betekenen voor het leefmilieu, kan de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, bij een met redenen omkleed besluit en zonder de in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven adviezen in te winnen, voorlopige maatregelen nemen die beletten dat ze nog op de markt worden gebracht of blijven.

 

§ 5

De krachtens de paragrafen 3 en 4 genomen voorlopige maatregelen vervallen ten laatste bij het einde van de zesde maand die volgt op deze waarin zij in werking zijn getreden. Deze maatregelen kunnen voor een periode van hoogstens dezelfde duur worden verlengd.


Art. 6.

§ 1

Teneinde de volksgezondheid of het leefmilieu te beschermen en duurzame productie- en consumptiepatronen te bevorderen, en in het bijzonder uitvoering te geven aan de bepalingen van artikel 4 van deze wet, kunnen sectorale overeenkomsten betreffende het op de markt brengen van een product of productgroep worden gesloten tussen de Staat en ondernemingen die betrokken zijn bij het op de markt brengen van een zelfde product of productgroep of organisaties van dergelijke ondernemingen.
De in het vorige lid bedoelde organisaties moeten aantonen dat zij :

  1. rechtspersoonlijkheid bezitten;
  2. representatief zijn voor ondernemingen die tot een zelfde sector behoren en betrokken zijn bij het op de markt brengen van een zelfde product of productgroep;
  3. en statutair de bevoegdheid hebben om een dergelijke overeenkomst te sluiten of door minstens drie vierden van hun leden gemandateerd zijn om met de Staat een sectorale overeenkomst te sluiten en hen hierdoor te verbinden zoals bepaald in § 4, 1°, van dit artikel.

 

 

§ 2

Voor zover een onderneming of organisatie voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 1 van dit artikel en mits toestemming van de Staat, kan zij toetreden tot een bestaande sectorale overeenkomst.
 

 

§ 3

Een sectorale overeenkomst kan de geldende wetgeving of reglementering noch vervangen, noch in minder strenge zin ervan afwijken.
Gedurende de geldingstermijn van een sectorale overeenkomst vaardigt de Koning krachtens deze wet geen reglementering uit die, met betrekking tot de in de sectorale overeenkomst behandelde aangelegenheden van de bedoelde producten, strengere eisen stelt dan in deze overeenkomst bepaald, behalve in geval van dringende noodzaak of indien dit nodig zou zijn om te voldoen aan internationale verplichtingen.

 

§ 4

Sectorale overeenkomsten moeten voldoen aan bepaalde minimumvoorwaarden :

1° Een sectorale overeenkomst is juridisch bindend voor de partijen vanaf de ondertekening ervan door alle betrokken partijen.
Naargelang hetgeen bepaald is in de sectorale overeenkomst, is zij tevens bindend voor al de leden van de organisatie of voor een in het algemeen omschreven groep ervan.
De ondernemingen die na het sluiten van de sectorale overeenkomst tot de organisatie toetreden en, in voorkomend geval, deel uitmaken van de in een sectorale overeenkomst in het algemeen omschreven groep leden ervan, worden van rechtswege verbonden.
De leden van de verbonden organisatie kunnen zich niet aan hun verplichtingen voortvloeiend uit de sectorale overeenkomst onttrekken door uit de organisatie te treden.

1°bis. In een sectorale overeenkomst dient te worden bepaald op welke manier controle zal worden uitgeoefend op de naleving van haar voorschriften.

1°ter. In geval van overtreding van de voorschriften van een sectorale overeenkomst kan iedereen die erdoor gebonden is de uitvoering in natura of bij equivalent vorderen van de overtreder.

2° Een sectorale overeenkomst wordt gesloten voor een bepaalde termijn die in geen geval langer mag zijn dan tien jaar. Elke langere termijn wordt van rechtswege herleid tot tien jaar.
Een sectorale overeenkomst kan niet stilzwijgend verlengd worden. De Staat en één of meer verbonden organisaties kunnen overeenkomen een sectorale overeenkomst ongewijzigd te verlengen.

3° Een sectorale overeenkomst kan worden beëindigd :
  1. door het verstrijken van de termijn waarvoor ze werd aangegaan;
  2. door de opzegging ervan door één van de partijen; behoudens andersluidende bepaling in de overeenkomst bedraagt de opzeggingstermijn zes maanden;
  3. door een overeenkomst tussen partijen.

 

 

§ 5

De bepalingen van dit artikel zijn van openbare orde. Zij zijn van toepassing op de sectorale overeenkomsten die gesloten zullen worden na de inwerkingtreding van deze wet.
Sectorale overeenkomsten die gesloten werden voor het van kracht worden van deze wet, kunnen niet gewijzigd of verlengd worden, tenzij volgens de bepalingen van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten. Zij blijven maximum vijf jaar geldig na het van kracht worden van deze wet.

 

§ 6

Elke sectorale overeenkomst in uitvoering van deze wet gesloten, evenals elke wijziging aan, verlenging of opzegging van of toetreding tot een sectorale overeenkomst, moet worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dit is tevens het geval bij een voortijdige beëindiging van de sectorale overeenkomst door middel van een akkoord tussen partijen.

 

§ 6bis

Bij het sluiten van sectorale overeenkomsten worden de betrokken representatieve organisaties, waarvan leden deel uitmaken van de bijzondere commissies bedoeld in artikel 7 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, telkens betrokken bij de onderhandelingen.

 

§ 7

Een samenvatting van het ontwerp van sectorale overeenkomst, evenals van elke wijziging, verlenging, opzegging of voortijdige beëindiging ervan, wordt, op initiatief van de minister, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en in andere media die hiertoe door de Koning werden aangewezen. Het volledige ontwerp ligt gedurende dertig dagen ter inzage op de plaats in de bekendmaking bepaald. Het wordt ook ter kennis gebracht van de in artikel 19, § 1, eerste lid, bedoelde adviesorganen, van de Kamer van volksvertegenwoordigers, en van de Gewestregeringen.
Binnen dertig dagen na de publicatie van de samenvatting in het Belgisch Staatsblad kan iedereen zijn bezwaren en opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de bevoegde federale diensten, die daartoe aangewezen zijn in de bekendmaking. Binnen dezelfde termijn kunnen de Gewestregeringen en de Raden vermeld in het vorige lid een advies uitbrengen, dat zij meedelen aan de minister. De minister onderzoekt de adviezen, bezwaren en opmerkingen en stuurt ze ter informatie aan de betrokken organisaties of ondernemingen, en aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

 

§ 8

De Minister brengt tijdens de eerste twee maanden van de gewone zitting van de Kamer van volksvertegenwoordigers verslag uit over de uitvoering van de sectorale overeenkomsten.