Art. 4.

Alle producten die op de markt worden gebracht overeenkomstig de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, alsook van de verordeningen van de Europese Unie, opgenomen in bijlage I , moeten zodanig ontworpen zijn dat hun fabricage, voorziene gebruik en verwijdering de volksgezondheid niet aantasten en niet of zo weinig mogelijk bijdragen tot een toename van de hoeveelheid en de mate van schadelijkheid van afvalstoffen en tot andere vormen van verontreiniging.