Onderafdeling II.
Saneringsdoel


Art. 21.

§ 1

Bodemsanering is er bij historische bodemverontreiniging op gericht om te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beļnvloeding van mens of milieu door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen.


Ingeval de grond in het kader van “een voorlopig vastgesteld ontwerp van plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of projectbesluit een andere bestemming krijgt, wordt de bodemsanering er op gericht te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beļnvloeding van mens of milieu binnen deze toekomstige bestemming.

 

§ 2

Als het niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, worden zo nodig gebruiks- of bestemmingsbeperkingen opgelegd.

 

§ 3

De bepalingen van artikel 10, § 6, zijn van overeenkomstige toepassing.