Hoofdstuk VI.
Toezicht en sancties


Art. 15.

§ 1

Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zien de daartoe door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu toe op de naleving van de bepalingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I.

 

De contractuele personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de Minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, of van hun respectieve aangestelde.

 

Andere ambtenaren of personen kunnen door de Koning worden aangewezen bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Ze zullen de eed afleggen, in voorkomend geval, in handen van de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, of van hun respectieve aangestelde.

 

§ 2

In de uitoefening van hun opdracht mogen de in § 1 bedoelde statutaire of contractuele personeelsleden :

  1. alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, vervoermiddelen, lokalen of andere plaatsen, al dan niet in de open lucht gelegen en bestemd voor nijverheids-, handels-, landbouw-, ambachtelijke of wetenschappelijke aktiviteiten, betreden of binnentreden;
  2. wanneer deze deel uitmaken van of aanhorig zijn aan woongelegenheden de in het vorige lid aangegeven plaatsen slechts betreden tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, tenzij zij in het bezit zijn van een voorafgaandelijke schriftelijke machtiging afgeleverd door een rechter in de politierechtbank; dergelijke machtiging is te allen tijde vereist voor het betreden van plaatsen die tot woning dienen;
  3. zich alle inlichtingen en bescheiden doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten, en overgaan tot alle nuttige vaststellingen;Het zich doen verstrekken van alle bescheiden houdt in dat aan de in § 1 bedoelde statutaire of contractuele personeelsleden inzage wordt verleend van deze bescheiden die zij ofwel kunnen kopiëren, ofwel tegen ontvangstbewijs tijdelijk kunnen in bezit nemen voor onderzoek voor een termijn door de Koning bepaald. Deze tijdelijke inbezitneming wordt gelicht op bevel van de statutair of contractueel personeelslid die de bescheiden tijdelijk heeft in bezit genomen, of ten gevolge van het verstrijken van de termijn
  4. monsters nemen of onder hun toezicht laten nemen en deze laten analyseren of de producten tegen ontvangstbewijs tijdelijk in bezit nemen ter uitvoering van nader onderzoek.
  5. voertuigen stilhouden met het oog op het onderzoek van de vervoerde producten en hun vervoersdocumenten, en in geval dit onderzoek onmogelijk ter plaatse kan geschieden bevelen dat de vervoerde producten naar een andere plaats binnen een straal van 5 kilometer worden overgebracht en dit op kosten van de vervoerder.

 

§ 3

Op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor het Leefmilieu, de Volksgezondheid en de Economische Zaken, kan de Koning de regels volgens dewelke de monstername moet gebeuren, de analysemethoden die moeten worden toegepast, en de voorwaarden van erkenning van de laboratoria voor het uitvoeren van deze analyses bepalen.

 

§ 4

Op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor het Leefmilieu, de Volksgezondheid, de Economische Zaken en de Middenstand, kan de Koning de maximumtarieven van de in § 3 bedoelde analyses vaststellen.
 

 

§ 5

Behoudens wanneer een waarschuwing, bedoeld in artikel 17bis, wordt gegeven, stellen de statutaire of contractuele personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, de overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Gemeenschap die opgenomen zijn in de bijlage I, vast in processen-verbaal, die bewijskracht hebben behoudens tegenbewijs; een afschrift ervan wordt binnen de dertig kalenderdagen na de vaststelling aan de overtreder toegezonden.

 

§ 6

In het kader van de toepassing van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Gemeenschap die opgenomen zijn in de bijlage I, kan de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu, de Economische Zaken en de Middenstand, de toepassing van controlerichtlijnen voorschrijven die aangenomen werden door erkende nationale of internationale instellingen.

 

§ 7

Dit artikel geldt niet voor de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.


Art. 15bis.

Onverminderd de toepassing van artikelen 15 en 15ter oefenen, wat de bescherming van de werknemers betreft, de in uitvoering van artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek aangewezen ambtenaren, binnen de perken van hun bevoegdheden, het toezicht uit op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan en van de verordening REACH.


Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig het eerste boek van het Sociaal Strafwetboek.


Art. 15ter.

Onverminderd de toepassing van artikel 15 worden de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I.


Art. 15quater.

Onverminderd de toepassing van artikel 15 en 15ter, oefenen de ambtenaren en beambten van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, binnen de perken van hun bevoegdheden, het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van deze wet, de uitvoeringsbesluiten ervan en van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten, enkel in relatie tot deze richtlijn.


Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig hoofdstuk 10 van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming.


Art. 15quinquies.

Onverminderd de toepassing van artikel 15 en 15ter oefenen de in artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemene reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg bedoelde ambtenaren, binnen de perken van hun bevoegdheden, het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van deze wet, de uitvoeringsbesluiten ervan, en van de Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters, enkel in relatie tot deze verordening.


Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.


Art. 16.

§ 1

De statutaire of contractuele personeelsleden, bedoeld in artikelen 15, § 1, eerste lid, 15quater, eerste lid en 15quinquies, eerste lid,, kunnen bij administratieve maatregel de producten waarvan zij vermoeden dat zij niet beantwoorden aan de bepalingen van een krachtens deze wet genomen besluit, of van een uitvoeringsmaatregel genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG, of van een verordening van de Europese Unie die opgenomen is in de bijlage I, tegen ontvangstbewijs of bewijs van verzegeling tijdelijk in bezit nemen of verzegelen voor een termijn door de Koning bepaald, teneinde ze aan een controle te onderwerpen. Deze tijdelijke inbezitneming tegen ontvangstbewijs voor onderzoek wordt gelicht op bevel van de statutair of contractueel personeelslid die het product tegen ontvangstbewijs tijdelijk heeft in bezit genomen voor onderzoek, of ten gevolge van het verstrijken van de termijn.

 

Deze statutaire of contractuele personeelsleden kunnen de producten die niet conform zijn met de in uitvoering van deze wet genomen besluiten, met de uitvoeringsmaatregelen genomen in kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten of met de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in bijlage I, in beslag nemen, verzegelen of kunnen eisen deze producten van de markt terug te nemen.


De producten, voorwerp van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 5, §§ 3, 4, en 5, of van een tijdelijke inbezitneming als bedoeld in het eerste lid of van een bestuurlijke maatregel bedoeld in het tweede lid, worden in het geval van dwingende redenen van volksgezondheid en/of van leefmilieu vernietigd. Tot die vernietiging wordt besloten door al naargelang het geval de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort of de door de Koning aangewezen ambtenaren. De Koning bepaalt de nadere regels voor het tijdelijk in bezit nemen, het bestuurlijk in beslag nemen, verzegelen van de markt, terugnemen, teruggeven of vernietigen van deze producten.

 

§ 2

Dezelfde statutaire of contractuele personeelsleden mogen alle door de omstandigheden geboden noodmaatregelen treffen die nodig zijn bij dreigend gevaar voor de volksgezondheid of het leefmilieu.


Art. 16bis.

Bij overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I, is diegene die het product op de markt brengt aansprakelijk voor de kosten van de monstername, test, evaluatie, analyse, verzegeling, beslag, teruggeven, opslag, terugname en vernietiging.


Art. 17.

§ 1

Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 160 euro tot 4.000.000 euro of met één van die straffen alleen :

hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens de artikelen 5, 7, 8 en 9 van deze wet overtreedt, wanneer ze van toepassing zijn op voorwerpen of op gevaarlijke stoffen of mengsels, met uitzondering van artikel 5, § 1, eerste lid, 11°;
1°bis hij die de voorschriften van een uitvoeringsmaatregel, genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG, hetzij vastgesteld krachtens Hoofdstuk Vbis van deze wet, hetzij vastgesteld door een Europese verordening of een beschikking, overtreedt;
[...]

hij die inbreuk pleegt op :

a) artikel 5, artikel 7, § 3, artikel 8, § 2, artikel 9, §§ 4 of 6, artikel 13, § 4, artikel 14, § 1, 6 of 7, artikel 26, § 3, artikel 30, § 3, artikel 31, § 1, 2, 3, 7 of 9, artikel 32, § 1 of 3, artikel 33, § 1 of 2, artikel 34, artikel 35, artikel 37, § 4, 5, 6 of 7, artikel 38, § 1, 3 of 4, artikel 39, § 1 of 2, artikel 40, § 4, artikel 50, § 4, artikel 55, artikel 56, § 1 of 2, artikel 60, § 10, artikel 65 of artikel 67, § 1, van de verordening REACH; of
b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de verwijzingen in punt a) van deze paragraaf;
hij die de artikelen 5, § 1, 6, 11, § 8, 12, §§ 1 of 2, 20, § 1, 24, 26, § 1, of 27 van Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen overtreedt;
hij die bewust onjuiste inlichtingen verschaft of documenten overmaakt; 
hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, inbeslagnames, monsternames of de vraag naar inlichtingen of documenten door de krachtens artikelen 15, 15ter, 15quater en 15quinquies aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden;
hij die artikelen 3, 4, 4bis of 6, §§ 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia, overtreedt;
hij die artikel 3, punten 1 en 2, van Verordening (EG) nr 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG (PB 2004, L158, zoals gerectificeerd in PB nr. 229 van 29/06/2004, blz. 5-22) overtreedt.
hij die artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 2, artikel 11, artikel 14, lid 1, 2 en 3, artikel 15, lid 1, alinea 2, artikel 17 en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 overtreedt;
10° hij die artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 overtreedt; 
11° hij die artikel 1, §§ 1 of 3, van Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en –mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik overtreedt; 
12° hij die de artikelen 28, § 1, 46, 49, § 4, 52, §§ 1, 4, 5 of 6, 54, §§ 1 of 2, 55, 56, §§ 1, 2 of 4, 58, § 1, 62, §§ 1, 2, 3 of 4, 64, §§ 1 of 2, 65, § 1, of 66, §§ 1, 2, 4, 5 of 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad overtreedt; 
13° hij die artikel 1 en de bijlage van Verordening (EG) nr. 547/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de etiketteringsvoorschriften voor gewasbeschermingsmiddelen overtreedt; 
14° hij die de artikelen 4, § 1, en 5, § 1, van Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap overtreedt. 
15° hij die artikelen 4, §§ 1, 2 of 3, of artikel 5 van Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen, overtreedt;
16° hij die inbreuk pleegt op :
a) artikel 17, § 1, artikel 47, § 1, artikel 58, §§ 2 of 3, artikel 62, § 1, artikel 95, § 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden; of
b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de in de bepaling onder a) bedoelde bepalingen;
17° hij die artikelen 8, § 2, 14, § 4, 14, §§ 6 of 10, 15, §§ 1 of 2, 17, § 1, 19, §§ 1 of 2 van Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen, overtreedt.


Wanneer de dader van de door het vorige lid strafbaar gestelde feiten weet dat deze feiten concreet gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de mens, wordt de in het vorige lid bepaalde maximumstraf gebracht op respectievelijk acht jaar en tien miljoen euro.

 

 

 

 

§ 1bis.

Hij die de voorschriften van een uitvoeringsmaatregel, hetzij vastgesteld door of krachtens het hoofdstuk Vbis, hetzij vastgesteld door een Europese Verordening of Beschikking, overtreedt;

 

§ 2

 Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 52 euro tot 120.000 euro of met één van die straffen alleen :

  1. hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens de artikelen 5, 7, 8 en 9 van deze wet, overtreedt, wanneer ze van toepassing zijn op stoffen of mengsels die niet onder paragraaf 1, eerste lid, 1°, vallen of hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens artikel 5, § 1, eerste lid, 11°, en artikel 20 van deze wet, overtreedt;
  2. hij die de bepalingen van de artikelen 10 tot 14 of van de besluiten tot uitvoering ervan genomen overtreedt;
  3. [...]
  4. hij die inbreuk pleegt op :
    1. artikel 6, § 1 of 3, artikel 7, § 1, 2 of 5, artikel 9, § 2, artikel 11, § 1, artikel 12, § 2, artikel 13, § 1 of 3, artikel 17, § 1, artikel 18, § 1, artikel 19, § 1, artikel 22, § 1, 2 of 4, artikel 24, § 2, artikel 25, § 1 of 2, artikel 26, § 1, artikel 30, § 1, 2 of 4, artikel 31, § 5 of 8, artikel 32, § 2, artikel 36, § 1 of 2, artikel 37, § 2 of 3, artikel 41, § 4, artikel 46, § 2, artikel 49, artikel 50, § 2 of 3, artikel 53, § 2 of 3, artikel 61, § 1 of 3, artikel 63, § 3, artikel 66, § 1, artikel 105, [...], van de verordening (EG) REACH; of
    2. een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de verwijzingen in punt a) van deze paragraaf;
  5. hij die de artikelen 17, lid 4, 18, lid 4, of 28, lid 3, van Verordening  (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen overtreedt;
  6. hij die artikel 9 of artikel 11 van Verordening (EG) nr 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia overtreedt;
  7. hij die de artikelen 12 en 19 van Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 overtreedt;
  8. hij die de artikelen 37, §§ 3 of 6, 40, § 1, 41, 48, §§ 1 of 2, of 49, § 1, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 overtreedt;
  9. hij die artikel 5, § 3, van Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en –mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik overtreedt; 
  10. hij die de artikelen 51, § 5, 61, §§ 1 of 3, of 67, §§ 1, 2 of 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad overtreedt.
  11. hij die artikelen 4, 5 of 6 van Verordening (EG) nr. 1222/2009 van
    het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de
    etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en
    andere essentiële parameters, overtreedt;
  12. hij die inbreuk pleegt op :
    1. artikel 17, § 5 of 6, artikel 27, § 1, artikel 31, § 3, artikel 45, § 2, artikel 56, § 1 of 2, artikel 58, §§ 4, 5 of 6, artikel 59, § 3, artikel 62, § 2, a), artikel 63, § 3, derde lid, artikel 65, § 2, artikel 68, § 1, artikel 69, §§ 1 of 2, artikel 70, artikel 72, §§ 1 of 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden; of
    2. een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de in de bepaling onder a) bedoelde bepalingen.
  13. hij die de artikelen 8, §§ 4 of 7, 10, §§ 1 of 2, 11, § 4, 14, § 11, 16, § 2, 17, §§ 2, 3 of 4, van Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen, overtreedt.

 

§ 2bis

Met geldboete van 200 tot 1.000 euro voor elke overtreding wordt gestraft hij die artikel 20bis van deze wet of artikel 57 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, of de uitvoeringsbesluiten van een van beide artikelen overtreedt. De bedragen en vergoedingen verschuldigd krachtens de besluiten getroffen in uitvoering van artikel 20bis van deze wet of artikel 57 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, kunnen worden vervijfvoudigd.

 

§ 2ter

De in §§ 1, 2 en 2bis bepaalde strafrechtelijke geldboeten dienen verhoogd te worden met de opdeciemen overeenkomstig de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten.

 

§ 2quater.

De in paragrafen 1 en 2 bepaalde sancties worden op een gevangenisstraf van tien dagen tot tien jaar en een geldboete van 1.000 euro tot 7.000.000 euro of op slechts een van deze straffen gebracht wanneer :

  1. een product waarop de akten van de Europese Unie vermeld in de bijlagen VI en VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, opzettelijk in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor bij gebruik ervan de dood van of ernstig letsel aan personen wordt of kan worden veroorzaakt;
  2. een product waarop de akten vermeld in bijlage VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, opzettelijk in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, water of grond of aan dieren of planten wordt of kan worden veroorzaakt wanneer het op de markt gebracht wordt.

 

§ 2quinquies.

De in paragrafen 1 en 2 bepaalde sancties worden op een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete van 250 euro tot 5.000.000 euro of op slechts een van deze straffen gebracht wanneer :

  1. een product waarop de akten vermeld in de bijlagen VI en VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, uit grove nalatigheid in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor bij gebruik ervan de dood van of ernstig letsel aan personen wordt of kan worden veroorzaakt;
  2. een product waarop de akten van de Europese Unie vermeld in bijlage VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, uit grove nalatigheid in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, water of grond of aan dieren of planten wordt of kan worden veroorzaakt wanneer het op de markt gebracht wordt.

 

§ 2sexies.

Met geldboete van 100 tot 500 euro voor elke overtreding wordt gestraft hij die de artikelen 9, §§ 2, 4 of 9, of 10, §§ 1, 3 of 4, van de Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur, overtreedt.

 

§ 3

De strafrechter kan volgende bijkomende straffen opleggen :

  1. de openbaarmaking van het vonnis dat een veroordeling op basis van deze wet of diens uitvoeringsbesluiten uitspreekt, op de door hem bepaalde wijze en op kosten van de veroordeelde;
  2. de sluiting van de inrichtingen waar de misdrijven zijn gepleegd voor een termijn van minstens vier weken en ten hoogste één jaar, en dit in geval van herhaling;
  3. het tijdelijke verbod om één of meer welbepaalde beroepsactiviteiten uit te oefenen, en dit tevens enkel in geval van herhaling en voor een termijn van één tot tien jaar;

 

§ 4

De strafrechter kan ter beveiliging van de volksgezondheid en/of het leefmilieu bovendien volgende rechtstreekse maatregelen bevelen :

  1. het verbod van invoer of uitvoer van het product dat het voorwerp is van de inbreuk;
  2. het van de markt nemen van het product dat het voorwerp is van de inbreuk;
  3. de vernietiging van in beslag genomen producten op kosten van de veroordeelde;
  4. de ontneming van een wederrechtelijk verkregen vermogensvoordeel;
  5. de kennisgeving van de uitspraak aan het publiek op de door hem bepaalde wijze en op kosten van de veroordeelde;
  6. het herstel van de toegebrachte schade aan het milieu of het voorkomen van het risico op schade die kan worden toegebracht aan het milieu;
  7. de uitvoering van alle andere maatregelen om de menselijke gezondheid of het milieu te beschermen tegen de schade die wordt of kan worden toegebracht.

Daarenboven kan de rechter in geval van herhaling de volgende rechtstreekse maatregelen bevelen :

  1. de aanstelling van een bijzondere bewindvoerder;
  2. de onbekwaamverklaring tot het uitoefenen van een of meer welbepaalde beroepsactiviteiten;
  3. de stillegging van een productie;
  4. het verbod van gebruik van de inrichtingen waar de misdrijven zijn gepleegd.

 

§ 5

Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, zijn van toepassing op de bij deze wet en haar uitvoeringsbesluiten bepaalde misdrijven.


Art. 17bis.

Wanneer een overtreding van deze wet of van één van de uitvoeringsbesluiten wordt vastgesteld, kunnen de overeenkomstig artikelen 15, 15quater en 15quinquies aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan deze overtreding.


Het origineel van de waarschuwing wordt verstuurd naar de overtreder binnen de dertig dagen na de vaststelling van de overtreding. De waarschuwing vermeldt :

  1. de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepalingen;
  2. de termijn binnen dewelke een einde moet komen aan de overtreding;
  3. dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal zal opgesteld worden, en gevolg gegeven zal worden volgens de bepalingen van artikel 18

Dit artikel is niet van toepassing op overtredingen van :

  1. artikel 5, artikel 6, §§ 1 of 3, artikel 7, §§ 1 of 5, artikel 8, § 2, artikel 9, §§ 2 of 4, artikel 13, §§ 1 of 3, artikel 14, §§ 1 of 6, artikel 17, § 1, artikel 18, § 1, artikel 22, § 2, artikel 25, § 1, artikel 30, § 1, artikel 31, §§ 1, 3 of 8, artikel 32, §§ 1 of 2, artikel 36, §§ 1 of 2, artikel 40, § 4, artikel 41, § 4, artikel 46, § 2, artikel 49, artikel 50, § 4, artikel 56, §§ 1 of 2, artikel 65, artikel 66, § 1, artikel 67, § 1, of artikel 105 van de Verordening REACH; of
  2. een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de verwijzingen in punt a) van deze paragraaf;

Art. 18.

§ 1

De overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I, die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, § 1, 2 of 2bis, maken het voorwerp uit van ofwel een strafrechtelijke vervolging, ofwel van een administratieve boete, zoals bedoeld in dit artikel.

 

§ 2

De overeenkomstig artikel 15, § 1 door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden en overeenkomstig artikelen 15bis, 15ter, 15quater en 15quinquies, aangewezen ambtenaren sturen het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt :

  1. in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, § 1, naar de procureur des Konings, alsook een afschrift ervan naar de door de Koning aangeduide ambtenaar, houder van een licentiaat of van een master in de rechten;
  2. in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, §§ 2 en 2bis, naar de in a) bedoelde ambtenaar.

 

§ 3

In het geval van paragraaf 2, a), beslist de procureur des Konings of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.

 

De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangeduide ambtenaar. Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangeduide ambtenaar overeenkomstig de nadere regels en voorwaarden die Hij bepaalt, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

 

§ 4

In het geval van paragraaf 2, b), kan de ambtenaar aan de overtreder, een administratieve boete voorstellen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

 

Indien geen voorstel tot administratieve boete wordt uitgebracht, wordt het proces-verbaal toegezonden aan de procureur des Konings. Indien een voorstel van administratieve boete werd voorgesteld, wordt ter informatie een kopie van het proces-verbaal aan de procureur des Konings verzonden.

 

§ 4bis.

Het bedrag van de administratieve geldboete in paragrafen 3 en 4 mag niet lager zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan een twintigste van het maximum van deze boete.

 

Deze bedragen worden vermeerderd met de opdecimen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.

 

[...]

 

§ 5

Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het maximumbedrag bedoeld in artikel 17, § 1, tweede lid, van deze wet.

 

§ 6

De betaling van de administratieve geldboete als bedoeld in paragrafen 3 en 4 doet de strafvordering vervallen.

 

§ 7

Blijft de betrokkene in gebreke om de in paragraaf 4 bedoelde geldboete te betalen binnen de gestelde termijn dan wordt het dossier overgemaakt aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het dossier, of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt en om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.


Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, dan kan de ambtenaar de betaling vorderen van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.

 

§ 7bis.

Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete bedoeld in paragraaf 3 binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de betaling van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.