Art. 15.

§ 1

Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zien de daartoe door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu toe op de naleving van de bepalingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I.

 

De contractuele personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de Minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, of van hun respectieve aangestelde.

 

Andere ambtenaren of personen kunnen door de Koning worden aangewezen bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Ze zullen de eed afleggen, in voorkomend geval, in handen van de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, of van hun respectieve aangestelde.

 

§ 2

In de uitoefening van hun opdracht mogen de in § 1 bedoelde statutaire of contractuele personeelsleden :

  1. alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, vervoermiddelen, lokalen of andere plaatsen, al dan niet in de open lucht gelegen en bestemd voor nijverheids-, handels-, landbouw-, ambachtelijke of wetenschappelijke aktiviteiten, betreden of binnentreden;
  2. wanneer deze deel uitmaken van of aanhorig zijn aan woongelegenheden de in het vorige lid aangegeven plaatsen slechts betreden tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, tenzij zij in het bezit zijn van een voorafgaandelijke schriftelijke machtiging afgeleverd door een rechter in de politierechtbank; dergelijke machtiging is te allen tijde vereist voor het betreden van plaatsen die tot woning dienen;
  3. zich alle inlichtingen en bescheiden doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten, en overgaan tot alle nuttige vaststellingen;Het zich doen verstrekken van alle bescheiden houdt in dat aan de in § 1 bedoelde statutaire of contractuele personeelsleden inzage wordt verleend van deze bescheiden die zij ofwel kunnen kopiėren, ofwel tegen ontvangstbewijs tijdelijk kunnen in bezit nemen voor onderzoek voor een termijn door de Koning bepaald. Deze tijdelijke inbezitneming wordt gelicht op bevel van de statutair of contractueel personeelslid die de bescheiden tijdelijk heeft in bezit genomen, of ten gevolge van het verstrijken van de termijn
  4. monsters nemen of onder hun toezicht laten nemen en deze laten analyseren of de producten tegen ontvangstbewijs tijdelijk in bezit nemen ter uitvoering van nader onderzoek.
  5. voertuigen stilhouden met het oog op het onderzoek van de vervoerde producten en hun vervoersdocumenten, en in geval dit onderzoek onmogelijk ter plaatse kan geschieden bevelen dat de vervoerde producten naar een andere plaats binnen een straal van 5 kilometer worden overgebracht en dit op kosten van de vervoerder.

 

§ 3

Op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor het Leefmilieu, de Volksgezondheid en de Economische Zaken, kan de Koning de regels volgens dewelke de monstername moet gebeuren, de analysemethoden die moeten worden toegepast, en de voorwaarden van erkenning van de laboratoria voor het uitvoeren van deze analyses bepalen.

 

§ 4

Op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor het Leefmilieu, de Volksgezondheid, de Economische Zaken en de Middenstand, kan de Koning de maximumtarieven van de in § 3 bedoelde analyses vaststellen.
 

 

§ 5

Behoudens wanneer een waarschuwing, bedoeld in artikel 17bis, wordt gegeven, stellen de statutaire of contractuele personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, de overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Gemeenschap die opgenomen zijn in de bijlage I, vast in processen-verbaal, die bewijskracht hebben behoudens tegenbewijs; een afschrift ervan wordt binnen de dertig kalenderdagen na de vaststelling aan de overtreder toegezonden.

 

§ 6

In het kader van de toepassing van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Gemeenschap die opgenomen zijn in de bijlage I, kan de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu, de Economische Zaken en de Middenstand, de toepassing van controlerichtlijnen voorschrijven die aangenomen werden door erkende nationale of internationale instellingen.

 

§ 7

Dit artikel geldt niet voor de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.