Art. 18.

§ 1

De overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I, die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, § 1, 2 of 2bis, maken het voorwerp uit van ofwel een strafrechtelijke vervolging, ofwel van een administratieve boete, zoals bedoeld in dit artikel.

 

§ 2

De overeenkomstig artikel 15, § 1 door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden en overeenkomstig artikelen 15bis, 15ter, 15quater en 15quinquies, aangewezen ambtenaren sturen het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt :

  1. in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, § 1, naar de procureur des Konings, alsook een afschrift ervan naar de door de Koning aangeduide ambtenaar, houder van een licentiaat of van een master in de rechten;
  2. in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, §§ 2 en 2bis, naar de in a) bedoelde ambtenaar.

 

§ 3

In het geval van paragraaf 2, a), beslist de procureur des Konings of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.

 

De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangeduide ambtenaar. Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangeduide ambtenaar overeenkomstig de nadere regels en voorwaarden die Hij bepaalt, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

 

§ 4

In het geval van paragraaf 2, b), kan de ambtenaar aan de overtreder, een administratieve boete voorstellen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

 

Indien geen voorstel tot administratieve boete wordt uitgebracht, wordt het proces-verbaal toegezonden aan de procureur des Konings. Indien een voorstel van administratieve boete werd voorgesteld, wordt ter informatie een kopie van het proces-verbaal aan de procureur des Konings verzonden.

 

§ 4bis.

Het bedrag van de administratieve geldboete in paragrafen 3 en 4 mag niet lager zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan een twintigste van het maximum van deze boete.

 

Deze bedragen worden vermeerderd met de opdecimen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.

 

[...]

 

§ 5

Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het maximumbedrag bedoeld in artikel 17, § 1, tweede lid, van deze wet.

 

§ 6

De betaling van de administratieve geldboete als bedoeld in paragrafen 3 en 4 doet de strafvordering vervallen.

 

§ 7

Blijft de betrokkene in gebreke om de in paragraaf 4 bedoelde geldboete te betalen binnen de gestelde termijn dan wordt het dossier overgemaakt aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het dossier, of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt en om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.


Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, dan kan de ambtenaar de betaling vorderen van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.

 

§ 7bis.

Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete bedoeld in paragraaf 3 binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de betaling van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.