Art. 20. Personen of instellingen die geen administratieve overheden zijn en die naar aanleiding van deze wet, van de in de bijlage I opgesomde verordeningen of van zijn uitvoeringsbesluiten kennis hebben genomen van vertrouwelijke gegevens in verband met een product, mogen deze gegevens niet aan derden bekendmaken, tenzij zij daartoe door bevoegde overheden gemachtigd zijn en binnen de perken van hun bevoegdheden. De Koning kan bepalen welke gegevens als vertrouwelijk dienen te worden beschouwd en kan bijkomende maatregelen in verband met de vertrouwelijkheid van gegevens opleggen.