Art. 4.

ß 1.

De nucleaire centrales bestemd voor de industriŽle elektriciteitsproductie door de splijting van kernbrandstoffen, worden gedesactiveerd op de volgende data en mogen vanaf dan geen elektriciteit meer produceren:

Doel 1 : 15 februari 2015;
Doel 2 : 1 december 2015;
Doel 3 : 1 oktober 2022;
Tihange 2 : 1 februari 2023;
Doel 4 : 1 juli 2025;
Tihange 3 : 1 september 2025;
Tihange 1 : 1 oktober 2025.

ß 2.

In de individuele vergunningen tot exploitatie en tot industriŽle elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen, die door de Koning zonder tijdsbeperking werden toegekend,

a) krachtens de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren alsook op basis van artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen en die van toepassing blijven krachtens artikel 52 van de wet van 15 april 1994;
b) op basis van artikel 16 van de wet van 15 april 1994, alsook krachtens de artikelen 5 en 6 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;

nemen de bepalingen betreffende de toelating tot industriŽle elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen een einde op de datum vermeld in paragraaf 1. De overige bepalingen blijven onverkort van toepassing tot op het ogenblik dat ze worden aangepast krachtens de wet van 15 april 1994 of haar uitvoeringsbepalingen.

Deze wijziging is vernietigd door het AGrwH nr. 34/2020 van 05/03/2020 met handhaving van de gevolgen "tot het aannemen, door de wetgever, van een nieuwe wet die is voorafgegaan door de vereiste milieueffectbeoordeling en passende beoordeling, met inspraak van het publiek en een grensoverschrijdende raadpleging, en uiterlijk tot en met 31 december 2022".