Afdeling II.
Beschermde mariene gebieden


Art. 7.

§ 1

In de zeegebieden kan de Koning beschermde mariene gebieden instellen en, overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling, de maatregelen nemen die nodig zijn voor de bescherming ervan.

 

§ 2

De beschermde mariene gebieden kunnen de hoedanigheid aannemen van:

a. integrale mariene reservaten die worden opgericht met het doel er de natuurlijke verschijnselen naar eigen wetten te laten evolueren;
b. gerichte mariene reservaten waarvan een aangepast beheer de bestaande toestand tracht te behouden of te herstellen in de staat die hun ecologische functie hen toewijst;
c. speciale beschermingszones of speciale zones voor natuurbehoud bestemd voor de instandhouding van zekere mariene habitats of bijzondere soorten;
d. gesloten zones, waarin gedurende het jaar of een gedeelte ervan bepaalde activiteiten niet toegelaten zijn;
e. bufferzones die worden aangewezen voor de bijkomende bescherming van beschermde mariene gebieden en waarin de aan de activiteiten gestelde beperkingen minder streng zijn dan in de mariene reservaten.

 

§ 3

De Koning neemt de nodige maatregelen voor het duidelijk afbakenen en, in voorkomend geval, aangeven op de zeekaarten van de beschermde mariene gebieden en voor het informeren van het publiek over de daar geldende beperkingen.

 

§ 4

De maatregelen bedoeld in § 1 zijn niet van toepassing op militaire activiteiten. De militaire overheid stelt evenwel, in overleg met de minister, alles in het werk om schade en milieuverstoring te voorkomen, zonder dat het inzetten en het paraat stellen van de krijgsmacht in het gedrang worden gebracht en rekening houdend met het specifiek statuut van het militaire domein.


Art. 8.

§ 1

In de gerichte en integrale mariene reservaten zijn alle activiteiten verboden, behoudens:
i. toezicht en controle;
ii. monitoring en wetenschappelijk onderzoek door, in opdracht of met toestemming van de overheid;
iii. de scheepvaart, tenzij deze wordt beperkt krachtens artikel 20 van deze wet;
iv. de activiteiten vallend onder artikel 6, § 1, V, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
v. de activiteiten behorend tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest zoals bepaald in artikel 6, § 1, X, laatste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
vi. militaire activiteiten, onverminderd de bepalingen van artikel 7, § 4, tweede volzin.

 

§ 2

In afwijking van artikel 8, § 1, kan de Koning in de gerichte mariene reservaten mits grondige motivatie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, activiteiten toelaten die de bestaande toestand niet in het gedrang brengen.

 

§ 3

In de speciale beschermingszones en speciale zones voor natuurbehoud kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, activiteiten geheel of gedeeltelijk verbieden, behoudens volgende activiteiten :
(i) toezicht en controle;
(ii) monitoring en wetenschappelijk onderzoek door, in opdracht of met toestemming van de overheid;
(iii) de scheepvaart, tenzij deze worden beperkt krachtens artikel 20;
(iv) de activiteiten vallend onder artikel 6, § 1, V, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
(v) de activiteiten behorend tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest zoals bepaald in artikel 6, § 1, X, laatste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
(vi) militaire activiteiten, onverminderd de bepalingen van artikel 7, § 4, tweede zin.


Art. 8bis.

§ 1

Voor de beschermde mariene gebieden bedoeld in artikel 7, § 2, kan de minister per beschermd gebied een gebruikersovereenkomst sluiten.

 

§ 2

Een gebruikersovereenkomst voldoet aan de volgende minimumvoorwaarden :
(i) de gebruikersovereenkomst vervangt de geldende wetgeving of reglementering niet en wijkt er niet in minder strenge zin van af;
(ii) de gebruikersovereenkomst is een gepast middel om het beoogde marien gebied te beschermen; (iii) de gebruikersovereenkomst wordt gesloten voor een bepaalde termijn, ten laatste aflopend op de dag dat het overeenstemmend beleidsplan, conform artikel 9 van deze wet, afloopt.
De Koning bepaalt de verdere voorwaarden voor het sluiten van gebruikersovereenkomsten tussen de minister en de gebruikers van de beschermde mariene gebieden.

 

§ 3

De minister kan voor elk beschermd marien gebied een gebruikersovereenkomst sluiten met elke betrokken gebruiker of organisatie van gebruikers van dat beschermd marien gebied, op voorwaarde dat laatstgenoemde aantoont dat zij :
(i) rechtspersoonlijkheid bezit;
(ii) genoeg representatief is voor de gebruikers van de Belgische zeegebieden die tot eenzelfde belangengroep behoren;
(iii) statutair de bevoegdheid heeft om een gebruikersovereenkomst te sluiten of door minstens drie vierden van haar leden hiervoor gemandateerd is.
De Koning bepaalt de regels inzake sluiting, uitvoering en beëindiging van de gebruikersovereenkomst.


Art. 9.

§ 1


Voor de beschermde mariene gebieden bedoeld in artikel 7, § 2, wordt per beschermd marien gebied een beleidsplan opgesteld ter beoordeling van de van toepassing zijnde bescherming.
De Koning stelt de regels vast in verband met de procedure, inhoud, de voorwaarden, termijn en de vorm waaraan deze beleidsplannen dienen te voldoen.

 

§ 2

[...]