Art. 13. Elk levend en niet gewond dier, behorende tot de groep van de Cetacea en Pinnipedia dat onopzettelijk wordt gevangen in de zeegebieden, onder meer als bijvangst, moet onmiddellijk worden vrijgelaten. De Koning voert een meldingsplicht in inzake de onopzettelijke vangst van zeezoogdieren en regelt de procedure voor de melding.