Afdeling I.
OriŽnterend bodemonderzoek


Onderafdeling I.
Doel, inhoud en procedure


Art. 28.

ß 1

Een oriŽnterend bodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. [...]

ß 2

Een oriŽnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het oriŽnterend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.

Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een oriŽnterend bodemonderzoek.

ß 3

[...]

ß 4

[...]


Onderafdeling Ibis.
Beslissingen op basis van het oriŽnterend bodemonderzoek


Art. 28bis. [...]

Art. 28ter.

Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het oriŽnterend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de aard van de bodemverontreiniging. Ze oordeelt ook of er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging of van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden.


De OVAM brengt de opdrachtgever van het oriŽnterend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.


Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.


Art. 28quater. [...]

Onderafdeling II.
Verplichting om een oriŽnterend bodemonderzoek uit te voeren


A. Overdracht van een risicogrond.

Art. 29. Een oriŽnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de overdrager of de gemandateerde voor de overdracht van een risico-grond.

Art. 30.

In afwijking van artikel 29 en 102 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, alleen in de volgende gevallen een oriŽnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:

in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd;
in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd, die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel.

Het oriŽnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de overdrager of desgevallend de gemandateerde.


B. Eenmalig oriŽnterend bodemonderzoek bij gedwongen mede-eigendom.

Art. 30bis.

In de volgende gevallen moet voor een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, een oriŽnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd op initiatief en op kosten van de vereniging van mede-eigenaars voor 31 december 2014 :

voor de vestiging van de gedwongen mede-eigendom was een risico-inrichting gevestigd op de grond waarop de gedwongen mede-eigendom gevestigd is;
in de gemeenschappelijke delen was een risico-inrichting gevestigd die bestemd was ten behoeve van de gedwongen mede-eigendom.

Bij afwezigheid van een vereniging van mede-eigenaars wordt het oriŽnterend bodemonderzoek uitgevoerd op initiatief en op kosten van de mede-eigenaars.


C. Verplicht oriŽnterend bodemonderzoek voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging.

Art. 31.

[...]

ß 1.

Voor de volgende risicogronden waarop volgens de informatie in het grondeninformatieregister nog geen oriŽnterend bodemonderzoek is uitgevoerd, moet op initiatief en op kosten van de volgende personen een oriŽnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:

risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, aangeduid in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 met kenletter ‘O’, worden geŽxploiteerd met aanvang van de exploitatie vůůr 29 oktober 1995: de exploitant van de risico-inrichting;
risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, vermeld in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, werden geŽxploiteerd met aanvang van de exploitatie vůůr 29 oktober 1995: de eigenaar van de risicogrond.


De bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding het oriŽnterend bodemonderzoek werd uitgevoerd, dient het verslag in bij de OVAM.

ß 2.

Het oriŽnterend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en het verslag ervan bij de OVAM worden ingediend voor het volgende tijdstip:

voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 1į: vůůr 31 januari 2027;
voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 2į:
a) als het gaat om een of meer risico-inrichtingen waarvan minstens ťťn met kenletter ‘B’: vůůr 31 december 2021;
b) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter ‘A’, meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter ‘A’ of meerdere risico-inrichtingen waarvan minstens ťťn met kenletter ‘A’ en geen enkele met kenletter ‘B’: vůůr 31 december 2023;
c) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter ‘O’ of meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter ‘O’: vůůr 31 januari 2027.

ß 3.

De eigenaar is niet verplicht om het oriŽnterend bodemonderzoek uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden:

de eigenaar heeft de risico-inrichtingen niet zelf geŽxploiteerd;
de risico-inrichtingen werden op de grond geŽxploiteerd voor hij eigenaar werd van de grond;
sinds de verwerving heeft de eigenaar de grond alleen aangewend voor particulier gebruik;
als de eigenaar het eigendomsrecht op de risicogrond door vererving heeft verworven: in hoofde van de erflater is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in punt 1į tot en met 3į.

De eigenaar dient zijn aanvraag tot vrijstelling van de plicht tot het uitvoeren van het oriŽnterend bodemonderzoek met gemotiveerd standpunt in bij de OVAM. Dit kan op elk tijdstip, maar moet op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag gebeuren uiterlijk binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de brief waarin de OVAM de eigenaar wijst op zijn zelfstandige verplichting om het oriŽnterend bodemonderzoek uit te voeren. De OVAM onderzoekt het gemotiveerd standpunt van de ontvankelijke aanvraag en oordeelt of de eigenaar voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden. De OVAM stelt de eigenaar in kennis van haar beslissing binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de aanvraag.


Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.

ß 4.

Als de eigenaar van de risicogrond vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de overdracht van de grond van rechtswege over op de verwerver als die de risico-inrichtingen niet zelf heeft geŽxploiteerd op de grond.


D. Sluiting van een risico-inrichting.

Art. 32. Een oriŽnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de exploitant naar aanleiding van de sluiting van een risico-inrichting.

E. Onderzoeksplicht in het kader van de exploitatie van bepaalde risico-inrichtingen.

Art. 33. De Vlaamse Regering kan bij algemene regel bepalen dat de exploitanten van bepaalde categorieŽn van risico-inrichtingen binnen een door haar bepaalde termijn en vervolgens periodiek volgens de door haar bepaalde periodiciteit op eigen initiatief en op eigen kosten een oriŽnterend bodemonderzoek moeten uitvoeren. [...]

Art. 33bis.

ß 1.

Naar aanleiding van de aanvang van de exploitatie van de door de Vlaamse Regering aangewezen risico-inrichtingen die vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wordt op initiatief en op kosten van de exploitant een oriŽnterend bodemonderzoek uitgevoerd.

Het oriŽnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het verslag daarvan wordt aan de OVAM bezorgd vůůr de†omgevingsvergunningsaanvraag voor de exploitatie van de risico-inrichting bij de vergunningverlenende overheid wordt ingediend.

ß 2.

Voor de risico-inrichtingen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor op het moment van de aanvang van de exploitatie de onderzoeksplicht, vermeld in ß 1, niet van toepassing was, wordt op initiatief en op kosten van de exploitant eenmalig een oriŽnterend bodemonderzoek uitgevoerd.

De Vlaamse Regering bepaalt voor welke van die risico-inrichtingen het oriŽnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het verslag daarvan aan de OVAM wordt bezorgd vůůr 7 januari 2014, en voor welke van die risico-inrichtingen die verplichtingen worden uitgevoerd vůůr 7 juli 2015.


F. Faillissement.

Art. 34. Als een handelaar of een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond, failliet wordt verklaard, wordt op initiatief van de curator een oriŽnterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond.

G. Aanwijzingen van ernstige bodemverontreiniging.

Art. 35.

Als de OVAM van oordeel is dat er aanwijzingen zijn voor een ernstige bodemverontreiniging op een grond, kan ze de personen, vermeld in artikel 11 of 22, de verplichting opleggen om binnen een bepaalde termijn een oriŽnterend bodemonderzoek op de grond uit te voeren en het verslag ervan aan haar te bezorgen.


Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.


H. Geen nieuw oriŽnterend bodemonderzoek.

Art. 36.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waarbij in de gevallen, vermeld in artikelen 29 tot en met 34, geen verplichting bestaat om een nieuw orienterend bodemonderzoek uit te voeren of een verplichting bestaat om slechts een beperkte aanvulling van het meest recente oriŽnterend bodemonderzoek uit te voeren.


Onderafdeling III.
Ambtshalve oriŽnterend bodemonderzoek


Art. 37. Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kan de OVAM te allen tijde ambtshalve een oriŽnterend bodemonderzoek uitvoeren.