Art. 18. Onverminderd het samenwerkingsakkoord van 12 juni 1990 tussen de Belgische Staat en het Vlaamse Gewest ter vrijwaring van de Noordzee van nadelige milieueffecten ingevolge baggerspecielossingen in de wateren die vallen onder de toepassing van het OSPAR-Verdrag, is het storten van baggerspecie en inerte materialen van natuurlijke oorsprong onderworpen aan een machtiging. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de voorafgaande aanvraag tot het bekomen van een machtiging alsook de voorwaarden waarin deze machtiging kan worden bekomen geschorst of ingetrokken.