Art. 21.

1

De kapitein van een schip dat betrokken is bij een scheepvaartongeval in de zeegebieden, of bij diens ontstentenis de scheepseigenaar, dient dit onverwijld te melden aan de door de Koning aangewezen instantie volgens de modaliteiten voorzien in artikel 11 van de wet van 6 april 1995 betreffende de voorkoming van de verontreiniging van de zee door schepen. De kapitein of de scheepseigenaar treft elke redelijke preventieve maatregel of inperkingsmaatregel.

2

De kapitein is verplicht alle in verband met het ongeval gevraagde gegevens terstond te verstrekken en desgevraagd onmiddellijk alle informatie te verschaffen over de maatregelen die door het schip in verband met het ongeval reeds zijn genomen.

3

Deze meldingsplicht geldt niet voor oorlogsschepen, schepen in gebruik als marine-hulpschepen en andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat die deze uitsluitend voor andere dan handelsdoeleinden gebruikt. Voor deze schepen blijft de interne reglementering van toepassing.