Art. 23.

1

Indien de instructies in uitvoering van artikel 22 van deze wet niet tot gevolg hebben dat verontreiniging door het ongeval kan worden voorkomen, in voldoende mate worden beperkt of ongedaan worden gemaakt, kan de overheid met bevoegdheid op zee ambtshalve alle nodige preventieve maatregelen of inperkingsmaatregelen nemen tot het voorkomen, beperken of ongedaan maken van de schadelijke gevolgen van het ongeval.
Deze maatregelen kunnen onder meer tot doel hebben :
(i) het verrichten van onderzoek naar de toestand aan boord van het schip en de aard en toestand van de zaken die zich aan boord bevinden;
(ii) het brengen van het schip naar een haven, indien daardoor de schadelijke gevolgen beter kunnen worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt.

2

De maatregelen moeten evenredig zijn met de schadelijke of mogelijke schadelijke gevolgen van het scheepvaartongeval en mogen niet verder gaan dan redelijkerwijs noodzakelijk om die schadelijke gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.

3

De scheepseigenaar draagt de kosten voor de overeenkomstig deze afdeling genomen preventieve maatregelen en inperkingsmaatregelen. De Koning bepaalt de regels en de procedures voor het vaststellen en verhalen op de scheepseigenaar van de kosten voor de overeenkomstig deze afdeling genomen preventieve maatregelen en inperkingsmaatregelen.