Art. 25.

§ 1

In de zeegebieden zijn de hiernavermelde activiteiten onderworpen aan een voorafgaande vergunning of machtiging verleend door de minister:
i. de burgerlijke bouwkunde;
ii. het graven van sleuven en het ophogen van de zeebodem;
iii. het gebruik van explosieven en akoestische toestellen met een groot vermogen;
iv. het achterlaten en het vernietigen van wrakken en gezonken scheepsladingen;
v. industriėle activiteiten;
vi. de activiteiten van publicitaire en commerciėle ondernemingen.

 

§ 2

De Koning kan, met het oog op de bescherming van het mariene milieu, andere activiteiten in de zeegebieden dan deze vermeld in § 1 en in § 3 hieronder onderwerpen aan een voorafgaande vergunning of machtiging.

 

§ 3

De volgende activiteiten zijn niet onderworpen aan de in dit artikel bedoelde vergunning of machtiging:
i. de beroepsvisserij;
ii. het wetenschappelijk zee-onderzoek;
iii. de scheepvaart, uitgezonderd de in § 1, punt (iv), bedoelde activiteiten;
iv. de activiteiten bedoeld in de wet van 13 juni 1969 inzake het continentaal plat van Belgiė;
v. de niet-winstgevende individuele activiteiten;
vi. de activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest zoals bepaald in artikel 6, § 1, X, laatste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.