Hoofdstuk VII.
Milieu-effectenrapport en milieu-effectenbeoordeling


Art. 28.

§ 1

Elke activiteit in de zeegebieden die, hetzij krachtens deze wet en de besluiten genomen ter uitvoering ervan, hetzij krachtens andere geldende wettelijke of reglementaire bepalingen, onderworpen is aan een vergunning of een machtiging, behoudens de vergunningen verleend op grond van de visserijwetgeving en de concessies verleend op grond van de wet van 13 juni 1969 inzake het continentaal plat van België, maakt het voorwerp uit van een milieu-effectenbeoordeling door de hiertoe door de minister aangeduide bevoegde overheid zowel voor het verlenen van de vergunning of de machtiging, als achteraf.
De milieueffectenbeoordeling moet de evaluatie van de effecten van deze activiteiten op het mariene milieu mogelijk maken.

 

§ 2

Degene die een in § 1 bedoelde activiteit wenst te ondernemen, moet een milieu-effectenrapport voegen bij zijn vergunnings- of machtigingsaanvraag. Dit rapport wordt opgesteld op initiatief en op kosten van de aanvrager volgens de door de Koning bepaalde regels.

 

§ 3

De overheid die bevoegd is om de vergunningen of machtigingen bedoeld in § 1 te verlenen, houdt rekening met de resultaten van de milieueffectenbeoordeling. In de motivering van haar beslissingen wordt naar die resultaten verwezen.

 

§ 4

Voor verschillende activiteiten van dezelfde aard die het voorwerp uitmaken van afzonderlijke vergunningen of machtigingen, kan de bevoegde overheid overgaan tot één enkele geïntegreerde milieueffectenbeoordeling. In dit geval houdt ze bij haar beoordeling rekening met de globale gevolgen voor het milieu van de beoogde activiteiten en de vastgestelde interacties.

 

§ 5

Wanneer verschillende activiteiten van dezelfde aard het voorwerp uitmaken van afzonderlijke vergunningen of machtigingen, kan de bevoegde overheid de aanvrager de toelating verlenen één geïntegreerd milieu-effectenrapport te laten opstellen.


Art. 29.

Na het verlenen van de vergunningen of machtigingen worden de activiteiten onderworpen aan toezichtsprogramma's en permanente milieu-effectenonderzoeken. De toezichtsprogramma's en permanente milieu-effectenonderzoeken worden uitgevoerd door of in opdracht van de in voormeld artikel 28, § 1, bedoelde overheid op kosten van de houder van de vergunningen of machtigingen. Indien uit dit onderzoek blijkt dat zich nieuwe nadelige gevolgen voor het mariene milieu hebben voorgedaan, kunnen de vergunningen of machtigingen opgeschort, opgeheven of ingetrokken worden overeenkomstig het hierop van toepassing zijnde opschortings-, opheffings- of intrekkingsregime.


Art. 30.

§ 1

De Koning stelt de regels vast in verband met de procedure, de inhoud, de voorwaarden en de vorm waaraan de in dit hoofdstuk bedoelde milieu-effectenrapport en milieueffectenbeoordeling dienen te voldoen.

 

§ 2

De Koning legt aan de aanvrager van een vergunningsplichtige activiteit of een activiteit onderworpen aan een machtiging een vergoeding op om de kosten van de in dit hoofdstuk vereiste onderzoeken en de administratieve kosten te dekken.
Met betrekking tot de militaire activiteiten die krachtens artikel 27 onderworpen zijn aan een vergunning of een machtiging, bepaalt de Koning de regels met betrekking tot de vergoeding op gezamenlijk voorstel van de minister en van de minister die de Landsverdediging tot zijn bevoegdheid heeft.