Hoofdstuk IX.
Herstel van schade en van milieuverstoring


Art. 37.

§ 1

Elke schade en elke milieuverstoring die de zeegebieden aantast ten gevolge van een ongeval of een inbreuk op de van kracht zijnde wetgeving, brengt voor diegene die de schade of milieuverstoring heeft veroorzaakt, de verplichting mee deze te herstellen, zelfs al heeft hij geen fout begaan.

 

§ 2

De veroorzaker van de schade of de milieuverstoring is niet aansprakelijk overeenkomstig § 1, indien hij aantoont dat de schade of milieuverstoring:
1. uitsluitend het gevolg is van oorlog, burgeroorlog, terrorisme of van activiteiten die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dienen; of van activiteiten die uitsluitend tot doel hebben bescherming te bieden tegen natuurrampen of van een natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onafwendbare en onweerstaanbare aard; of
2. geheel en al werd veroorzaakt door een opzettelijk handelen of nalaten van derden met de bedoeling schade of milieuverstoring te veroorzaken en voor zover de betrokken derde geen vertegenwoordiger, aangestelde of uitvoeringsagent is van de aansprakelijke persoon; of
3.
het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een overheid, tenzij het een opdracht of instructie betreft naar aanleiding van een verontreiniging, veroorzaakt door de activiteiten van de veroorzaker van de schade of milieuverstoring zelf.

 

§ 3

Het recht op herstel van schade bestaat in hoofde van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de schade heeft ondergaan. Natuurlijke personen of rechtspersonen die schade lijden, dan wel voldoende belang hebben bij de besluitvorming inzake de schade kunnen bij de overheid opmerkingen indienen betreffende gevallen van schade waarvan zij kennis hebben en kunnen de overheid verzoeken herstelmaatregelen te treffen.
De Koning bepaalt de regels en de procedures betreffende in voorgaand lid bedoelde verzoeken om herstelmaatregelen. Het recht op herstel van milieuverstoring bestaat in hoofde van de Staat.

 

§ 4

Dit artikel laat het recht van diegene die een verontreiniging heeft veroorzaakt, onverlet om zijn aansprakelijkheid te beperken in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in de toepasselijke wetgeving

 

§ 5

De veroorzaker van de schade of de milieuverstoring draagt de kosten voor de overeenkomstig deze afdeling genomen maatregelen voor het herstel van schade of milieuverstoring. Maatregelen voor het herstel van schade of milieuverstoring die worden getroffen door anderen dan de veroorzaker van de schade of de milieuverstoring om componenten van het mariene milieu in natura te herstellen of om hen te vervangen door gelijkwaardige componenten, moeten door de aansprakelijke veroorzaker van de schade of de milieuverstoring worden vergoed, voorzover de kosten van deze maatregelen niet onredelijk zijn in het licht van de te bereiken resultaten op het vlak van de bescherming van het mariene milieu.

 

§ 6

De Koning bepaalt de regels en de procedures voor het vaststellen, uitvoeren en opleggen van herstelmaatregelen.


Art. 38. De kosten van de te herstellen schade of milieuverstoring bij verontreiniging omvat ook de kosten gedragen door de overheid en de personen die op haar verzoek tussenkwamen, voor het nemen van maatregelen ter voorkoming, beperking, vrijwaring, bescherming en bestrijding van verontreiniging of een dreigende verontreiniging van het mariene milieu.

Art. 39.

De Koning regelt, op de gezamenlijke voordracht van de ministers bedoeld in artikel 32, § 2, de regels inzake de bepaling en de invordering van de kosten van de acties en de prestaties die worden besteed door de overheid om het hoofd te bieden aan een verontreiniging, en door de personen die op haar verzoek tussenkwamen. Bij de berekening van deze kosten worden niet enkel de kosten, besteed aan de ondernomen acties in aanmerking genomen, maar ook de vaste kosten die rechtstreeks zijn verbonden aan de interventie en de kosten die bij voorbaat worden besteed om over de nodige actiemiddelen te beschikken.


Art. 40.

§ 1

De Koning kan criteria en nadere regels vaststellen volgens dewelke een milieuverstoring en de kosten van het herstel ervan moeten worden vastgesteld.

 

§ 2

Bij een milieuverstoring wordt het herstel gevorderd door de Staat, onverminderd het recht van de andere personen bedoeld in artikel 37, § 5, om, in voorkomend geval, vergoeding te vorderen van de door hen gemaakte kosten.

 

§ 3

De kostprijs voor het herstel van de milieuverstoring dient door degene die de verstoring veroorzaakt heeft, te worden gestort in het Fonds Leefmilieu, bedoeld in de tabel gevoegd als bijlage bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.


Art. 41. Wanneer verschillende personen op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk aansprakelijk zijn voor éénzelfde schade of éénzelfde milieuverstoring, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.

Art. 42.

§ 1

Teneinde ervoor te zorgen dat de personen, verantwoordelijk voor de in dit hoofdstuk voorziene vergoeding voor schade aan het mariene milieu zich niet kunnen onttrekken aan hun verplichtingen, kan de overheid, van zodra het risico voor verontreiniging is vastgesteld, eisen dat een borgsom wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas, waarvan de grootte volstaat om de verwachte schade te dekken, zonder evenwel de limieten vastgesteld door het internationaal recht te overschrijden. Het storten van deze som kan zonder kosten voor de Staat worden vervangen door een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank of een door de overheid ontvankelijk verklaarde garantie getekend door een "Protection and Indemnity Club ".

 

§ 2

Om het bedrag van de borgsom vast te stellen houdt de overheid niet alleen rekening met de reeds geleden schade, maar ook met de risico's en de toekomstige gevolgen, zoals geëvalueerd door de bevoegde diensten van de overheid.